VIVO Deel B H4 §4.2 en 4.3

Publiek
2keer geoefend
Woorden in deze lijst (42)
Origineel
- handwortelbeentjes
- botjes van de hand die vlak bij het polsgewricht zitten
- heiligbeen
- bot van de wervelkolomtussen de onderstelendenwervel en het staartbeen
- heupbeenderen
- twee gelijkvormige botten van de bekkengordel
- kuitbeen
- bot aan de achterkant van het onderbeen
- ledemaat
- arm of been
- lendenwervels
- de wervels tussen de onderste borstwervel en het heiligbeen
- middenhandsbeentjes
- botjes tussen de handwortelbeentjes en de vingerkootjes
- skelet
- de botten van het lichaam
- bekkengordel
- de heupbeenderen samen met het heiligbeen
- borstkas
- de ribben, het borstbeen en de borstwervels
- borstwervel
- wervel ter hoogte van de borst
- dijbeen
- bot in het bovenbeen
- dubbele S-vorm
- vier bochten van de wervelkolom die samen een S vormen
- ellepijp
- bot in de onderarm tussen de elleboog en de hand (aan de kant van de pink)
- halswervel
- wervel tussen de schedel en de bovenste borstwervel
- middenvoetsbeentjes
- botjes tussen de voetwortelbeentjes en de teenkootjes
- neusbeen
- bot dat een deel van de neus vormt
- opperarmbeen
- bot in de bovenarm
- romp
- lichaam zonder hoofd, armen en benen
- schedel
- de botten van het hoofd
- schouderbladen
- botten aan de rugkant aan de borstkas die deel uitmaken van de schoudergordel
- schoudergordel
- schouderbladen en sleutelbeenbeenderen
- sleutelbeen
- bot tussen het borstbeen en een schouderblad
- spaakbeen
- bot in de onderarm tussen de elleboog en de hand (aan de kant van de duim)
- staartbeen
- onderste bot van de wervelkolom
- tussenwervelschijf
- kraakbeenschijf tussen twee wervels
- voetwortelbeentjes
- botten van de voet die vlak bij het enkelgewricht zitten
- wervelkolom
- halswervels, borstwervels, lendenwervels, heiligbeen en staartbeen
- wervels
- botten van de wervelkolom
- antagonisten
- spieren die een tegengestelde beweging mogelijk maken
- biceps
- spier in bovenarm die de arm buigt
- dwarsgestreepte spier
- spier die skeletdelen laat bewegen en onder de microscoop een dwarsstreping vertoont
- gladde spieren
- spieren van inwendige organen, zoals het darmkanaal en de bloedvaten
- pees
- niet-elastisch deel van een spier dat vastzit aan het skelet
- skeletspier
- spier die het skelet laat bewegen, wordt ook dwarsgestreepte spier genoemd
- spier
- orgaan voor beweging
- spiercel
- langwerpige cel die zich kan samentrekken, wordt ook spiervezel genoemd
- spierkramp
- maximaal samentrekken van een spier door overbelasting
- spierpijn
- pijn door kleine beschadigingen in de spiercellen na intensief bewegen
- spiervezel
- langwerpige cel die kan samentrekken
- spierweefsel
- weefsel dat uit spiervezels (spiercellen) is opgebouwd
- triceps
- spier in de bovenarm die de arm strekt