Onthoud deze zin: "Kan Het Dametje Met De Centimeter Meten." Elk woord staat voor een lengtemaat, in volgorde van groot naar klein:
•Kilometer (km)
•Hectometer (hm)
•Decameter (dam)
•Meter (m)
•Decimeter (dm)
•Centimeter cm)
•Millimeter (mm)

Hoe werkt het?
Als je weet dat 1 kilometer gelijk staat aan 1000 meter, kun je vanuit daar alle kanten op. Naar rechts ga je van groter naar kleiner (je doet keer 10), en naar links ga je van kleiner naar groter (je doet gedeeld door 10).
Voorbeeld: Kilometer naar meter
1 kilometer = 1000 meter. Dus van kilometers naar meters doe je keer 1000.
Aan de slag met voorbeelden
Voorbeeld 1: Van centimeters naar meters
Je moet van centimeters naar meters. Dat is twee stapjes naar links:
738 centimeter = 7,38 meter.
Want je deelt door 10, twee keer (738 / 100).
Voorbeeld 2: Van millimeters naar decameters
Dit keer gaan we van millimeters naar decameters, dat zijn vier stapjes naar links:
4208 millimeter = 0,4208 decameter.
De komma schuift vier plekken naar links, want je deelt door 10.000.

Belangrijke tips:
•Schrijf altijd je ezelsbruggetje op als je begint.
•Bedenk voor jezelf of je naar rechts (keer 10) of naar links (gedeeld door 10) moet gaan.
•Verander eerst alle maten naar dezelfde eenheid als je ze moet vergelijken of ordenen.




