Twee vrienden doen een wedstrijd van 8 km. Karel doet er 40 minuten over. Noa gaat 13 km/u. Wie is er als eerste over de finish?
Leerdoelen
•Je kunt tijd omrekenen.
Basisprincipes van tijd omrekenen
Uren en minuten
Een uur bestaat uit 60 minuten. Dit is een essentieel gegeven dat je altijd moet onthouden wanneer je tijd omrekent. Bijvoorbeeld:
8,5 uur is gelijk aan 8 uur en 30 minuten. Dit bereken je door 0,5 keer 60 te doen: .
Dagen, uren en minuten
Een dag bestaat uit 24 uur. Wanneer je dagen omrekent, gebruik je dezelfde principes als bij het omrekenen van uren en minuten.
Voor bijvoorbeeld 2,5 dag heb je: 2 dagen en 0,5 keer 24 uur = 12 uur.
Dus je hebt in totaal 2 dagen en 12 uur.
Complexe tijdsberekeningen
Voorbeeld: 6,3 uur omrekenen
Stel dat je 6,3 uur hebt. Dit doe je als volgt:
Je hebt 6 uur en 0,3 uur over. Voor de 0,3 uur: 0,3 · 60 = 18 minuten.
Dus, 6,3 uur is gelijk aan 6 uur en 18 minuten.
Voorbeeld: 4,8 dagen omrekenen
Als je 4,8 dagen wilt omrekenen, doe je het volgende:
Eerst reken je 0,8 dagen om naar uren: 0,8 x 24 = 19,2 uur.
Dit geeft je: 4 dagen, 19 uur, en voor de 0,2 uur: 0,2 x 60 = 12 minuten.
Daarom is 4,8 dagen gelijk aan 4 dagen, 19 uur, en 12 minuten.
Jaren omrekenen
Wanneer we met jaren werken, is het belangrijk om te weten dat een jaar uit 365 dagen bestaat (neem schrikkeljaren als uitzondering).
Als je wilt weten hoeveel dagen 0,75 jaar is, doe je dat als volgt:
0,75 jaar = 0,75 · 365 = 273,75 dagen. Dit zijn dus 273 dagen plus 0,75e deel van een dag. 0,75 · 24 = 28 uur. Dus 0,75 jaar is 273 dagen en 18 uur.
Eindvraag
Je hebt om 15:30u afgesproken met een vriend en je vertrekt om 14:42u. Je doet er 0,65 uur over. Kom je op tijd aan? Dit reken je om naar minuten: 0,65 · 60 = 39 minuten.
Je vertrekt om 14:42u en hebt afgesproken om 15:30, dus je hebt nog 48 minuten de tijd. Je komt dus op tijd aan!














