Madelon heeft drie even grote bordgeodriehoeken schuin tegen elkaar gezet zodat er een piramide wordt gevormd. Op de foto zie je deze piramide van geodriehoeken met de letters$A, B, Cbij de hoekpunten en bij de top de letter$T. Een schematische tekening staat ernaast.
Er geldt:$A B=B C=A C=58 \mathrm{~cm}

Elke geodriehoek heeft de vorm van een gelijkbenige, rechthoekige driehoek.
