Vraag 13
Met opgeheven hoofd je examens in
  • Oefen de examens van de afgelopen 8 jaar, met uitleg van docenten bij elke vraag
  • Extra uitleg en oefenen bij elk onderwerp uit je examen
  • Loop je vast? Ainstein, je AI-tutor, kijkt met je mee en helpt je verder
4 punten
Open vraag

Een groep van zes personen gaat lootjes trekken. Bij zes personen is lootjes trekken altijd anoniem, zolang mensen niet vertellen welk lootje zij getrokken hebben. In het vervolg van deze opgave hoef je dus geen rekening meer te houden met de anonimiteit. Een mogelijke verdeling van de lootjes is in de tabel weergegeven.

tabel

persoon
P
Q
R
S
T
U
heeft het lootje getrokken van
R
P
Q
T
U
S

Zonder het van elkaar te weten, vormenP, QenReen subgroep binnen de groep van zes personen. De drie personen trekken in een soort kringetje elkaars lootje. Dit noemen we een kringetje van lengte 3. OokS, TenUvormen een kringetje van lengte 3 . Omdat niemand het eigen lootje heeft, is er sprake van een goede verdeling.

Met de notatieK_{n}wordt bedoeld dat er ten minste één kringetje van lengtenaanwezig is in de verdeling van de lootjes.

De volgende twee beweringen worden gedaan over het lootjes trekken met zes personen:

•\quad K_{5} \Rightarrow G-\quad(K_{4} \wedge G) \Rightarrow K_{2}

Vertaal elk van de twee beweringen naar een zin en geef van elke zin aan of de bewering waar is of niet. Licht je antwoord toe.

Op deze pagina behandelen we vraag 13 van het centraal examen wiskunde C vwo 2025 – tijdvak 1. Deze vraag is onderdeel van Lootjes trekken, en is 4 punten waard.

Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.

Daarnaast kun je:

  • Oude antwoorden terugzien
  • Extra uitleg vragen aan onze AI-hulp via de knop "Stel je vraag"
  • Klikken op de bijbehorende onderwerpen uit de examenroute om verdieping te vinden