Vraag 5
Met opgeheven hoofd je examens in
  • Oefen de examens van de afgelopen 8 jaar, met uitleg van docenten bij elke vraag
  • Extra uitleg en oefenen bij elk onderwerp uit je examen
  • Loop je vast? Ainstein, je AI-tutor, kijkt met je mee en helpt je verder
3 punten
Open vraag

Elk apparaat dat met het internet verbonden is, heeft zijn eigen, unieke IP-adres nodig. IP-adressen kunnen worden geschreven als acht groepen van vier zogeheten hexadecimale cijfers, gescheiden door dubbele punten. Hiervoor worden de gewone cijfers 0 tot en met 9 uitgebreid met de cijfersA(=10)tot en metF(=15). Dus A tot en met F zijn in deze toepassing ook cijfers en géén letters.

voorbeeld van een geldig IP-adres:

2001:0DB8:85A3:0000:1319:8A2E:0370:7344

Bereken hoeveel IP-adressen er theoretisch mogelijk zijn. Geef je antwoord in de vorma \cdot 10^{b}metain één decimaal enbals geheel getal.

Op deze pagina behandelen we vraag 5 van het centraal examen wiskunde C vwo 2023 – tijdvak 2. Deze vraag is onderdeel van Het internet der dingen, en is 3 punten waard.

Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.

Daarnaast kun je:

  • Oude antwoorden terugzien
  • Extra uitleg vragen aan onze AI-hulp via de knop "Stel je vraag"
  • Klikken op de bijbehorende onderwerpen uit de examenroute om verdieping te vinden