Vraag 16
Slaag gegarandeerd met ExamenBoost
  • Oefen examens van de afgelopen 5 jaar met extra uitleg door docenten bij examenvragen
  • Extra uitleg en oefenen voor elk onderwerp uit je examen
  • Stel vragen en krijg direct antwoord
3 punten
Open vraag

We bekijken de planeten Mars, Venus en de aarde.

We gaan uit van het volgende eenvoudige model:

De drie planeten draaien ieder in een cirkelvormige baan met de zon als middelpunt. De drie banen liggen in één plat vlak.

De afstand van Venus tot de zon is$0{,}7 \mathrm{AE}, de afstand van de aarde tot de zon is1{,}0\mathrm{AE}1{,}\mathrm{AE}1{,}1\mathrm{AE}{,}1\mathrm{AE}0{,}1\mathrm{AE}0{,}\mathrm{AE}$0{,}7 \mathrm{AE}, en de afstand van Mars tot de zon is$1{,}6 \mathrm{AE}.

Het is mogelijk dat de drie planeten op één lijn liggen waarbij Venus precies midden tussen Mars en de aarde in ligt. Deze situatie is weergegeven in figuur 1.

figuur 1 (afstanden in AE)
figuur 1 (afstanden in AE)

De afstand in AE van de aarde tot Venus is$den hoek$A V Zin graden is$\alpha.

Met behulp van figuur 1 kan het volgende verband tussen$den$\alphaworden gevonden:

\frac{d^{2}-0,51}{\cos (\alpha)}=\frac{d^{2}-2,07}{\cos (180^{\circ}-\alpha)}

Bewijs dat dit verband juist is.

Op deze pagina behandelen we vraag 16 van het centraal examen wiskunde B vwo 2024 tijdvak 1. Deze vraag is onderdeel van Vereenvoudigde sterrenkunde, en is 3 punten waard.

Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.

Daarnaast kun je:

  • Oude antwoorden terugzien
  • Extra uitleg vragen aan onze AI-hulp via de knop "Stel je vraag"
  • Klikken op de bijbehorende onderwerpen uit de examenroute om verdieping te vinden