Op het domein$\left[-\frac{1}{2} \pi, 1 \frac{1}{2} \pi\right]worden de functies$fen$ggegeven door:
\begin{aligned} & f(x)=\sin (x) \cos (2 x) \\ & g(x)=2+\sin (x) \end{aligned}
Er geldt:$f^{\prime}(x)=6 \cos ^{3}(x)-5 \cos (x).

Op het domein$\left[-\frac{1}{2} \pi, 1 \frac{1}{2} \pi\right]worden de functies$fen$ggegeven door:
\begin{aligned} & f(x)=\sin (x) \cos (2 x) \\ & g(x)=2+\sin (x) \end{aligned}
Er geldt:$f^{\prime}(x)=6 \cos ^{3}(x)-5 \cos (x).
In de figuur zijn de grafieken van$fen$gweergegeven. De verticale lijn met vergelijking$x=psnijdt de grafiek van$fin het punt$Aen de grafiek van$gin het punt$B. We bekijken de raaklijn aan de grafiek van$fin$Aen de raaklijn aan de grafiek van$gin$B.

In de figuur is een waarde van$pgekozen waarvoor de twee raaklijnen elkaar loodrecht snijden. Er zijn meerdere waarden van$pwaarvoor dit het geval is.
Bereken exact het aantal waarden van$pwaarvoor de twee raaklijnen elkaar loodrecht snijden.
Op deze pagina behandelen we vraag 3 van het centraal examen wiskunde B vwo 2021 – tijdvak 3. Deze vraag is onderdeel van Spookje, en is 6 punten waard.
Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.
Daarnaast kun je: