De zwaarte van een aardbeving wordt uitgedrukt in een getal: de magnitude. Een zware aardbeving heeft een grote magnitude, een lichte aardbeving heeft een kleine magnitude. De United States Geological Survey heeft voor verschillende magnitudes onderzocht hoe vaak aardbevingen met die magnitude in een bepaald gebied voorkwamen.
Zie de tabel.
magnitude | gemiddeld aantal aardbevingen per jaar |
6{,}0-6{,}4 | 210 |
6{,}5-6{,}9 | 56 |
7{,}0-7{,}4 | 15 |
7{,}5-7{,}9 | 3,1 |
8{,}0-8{,}4 | 1,1 |
8{,}5-8{,}9 | 0,3 |
De onderzoekers Gutenberg en Richter hebben een model ontwikkeld om het aantal aardbevingen per jaar in een gebied te voorspellen. Dit model is van de vorm:
N=10^{a-b M}
Hierin isMde magnitude enNhet te verwachten aantal aardbevingen per jaar met deze magnitudeMof groter. De waardenaenbzijn constanten.
Uit de tabel kun je afleiden dat er gemiddeld 285,5 aardbevingen per jaar zijn met een magnitude van 6,0 of groter. Ook kun je afleiden dat er gemiddeld 4,5 aardbevingen per jaar zijn met een magnitude van 7,5 of groter.
Met behulp van deze twee gegevens is het mogelijk de waarden vanaenbuit te rekenen. Vervolgens kun je met dat model een voorspelling doen van het aantal aardbevingen per jaar met een magnitude van 6,5 of groter.