Voor$x>0wordt de functie$fgegeven door$f(x)=\log (x).
Voor$x>-10wordt de functie$ggegeven door$g(x)=2-\log (x+10).
De grafieken van$fen$gsnijden elkaar in het punt$A. Zie figuur 1 .


Voor$x>0wordt de functie$fgegeven door$f(x)=\log (x).
Voor$x>-10wordt de functie$ggegeven door$g(x)=2-\log (x+10).
De grafieken van$fen$gsnijden elkaar in het punt$A. Zie figuur 1 .

Op deze pagina behandelen we vraag 11 van het centraal examen wiskunde B havo 2024 – tijdvak 2. Deze vraag is onderdeel van Twee logaritmische functies, en is 6 punten waard.
Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.
Daarnaast kun je: