In een smartphone zit een processor. Zo'n processor bestaat meestal uit veel uiterst kleine transistors. Het aantal transistors in een processor is in de loop van de jaren enorm toegenomen.


In een smartphone zit een processor. Zo'n processor bestaat meestal uit veel uiterst kleine transistors. Het aantal transistors in een processor is in de loop van de jaren enorm toegenomen.

Als je een computerbestand opslaat, dan komt zo'n bestand bijvoorbeeld op een harde schijf (harddisk) terecht. De opslagcapaciteit van een harde schijf is het aantal GB (gigabyte) dat op die schijf kan worden opgeslagen.
Op basis van de opslagcapaciteit van een harde schijf en de prijs van de schijf kun je berekenen wat de prijs per GB is.
Deze prijs per GB is in de afgelopen jaren enorm gedaald. In de figuur is deze prijsdaling te zien. Op de verticale as is$\log (p)uitgezet. Hierin is$pde prijs per GB in dollars.

In het jaar 2004 was het heel gebruikelijk om te werken met een harde schijf van250250\,250\,G250\,GB250GB250GB250GB250250250250250250250250250250250250250~250~G250~GBGB. In 2013 waren harde schijven van22~2~T2~TB2~TB=1000~GB~TB=1000~GBTB (terabyte) gebruikelijk. Er geldt:$1 \mathrm{~TB}=1000 \mathrm{~GB}.
Met deze gegevens kun je berekenen hoeveel procent goedkoper een harde schijf vanTB uit 2013 was dan een harde schijf vanGB uit 2004.
Bereken dit percentage. Geef je eindantwoord als geheel getal.
Op deze pagina behandelen we vraag 3 van het centraal examen wiskunde B havo 2021 – tijdvak 3. Deze vraag is onderdeel van Transistors en opslagcapaciteit, en is 4 punten waard.
Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.
Daarnaast kun je: