
Slaag gegarandeerd met ExamenBoost
- Oefen examens van de afgelopen 5 jaar met extra uitleg door docenten bij examenvragen
- Extra uitleg en oefenen voor elk onderwerp uit je examen
- Stel vragen en krijg direct antwoord


De laatste tientallen jaren is het in Nederland voor veel weidevogels lastiger geworden om geschikte broedplaatsen te vinden. Dit komt doordat landbouwgrond steeds intensiever en gevarieerder wordt gebruikt, en doordat steden voortdurend verder uitbreiden.
Grasland is het voornaamste broedgebied voor weidevogels. Uit een onderzoek van Sovon Vogelonderzoek Nederland blijkt dat in de jaren vanaf 1990 tot en met 2014 ruim 150 000 hectare grasland verloren is gegaan. Dat is een daling van 14 procent.
4 punten
Open vraag
In figuur 2 zie je voor heel Nederland hoe het percentage veldleeuweriken zich in de jaren vanaf 1990 tot en met 2014 ontwikkelde ten opzichte van het totale aantal veldleeuweriken in 1990.

We voeren de variabelen$Pen$tin. Hierin is$Phet percentage veldleeuweriken ten opzichte van het totale aantal veldleeuweriken in 1990 in Nederland en is$tde tijd in jaren met$t=0in het jaar 1990.
Ondanks de schommelingen kan het verband tussen$Pen$tin de jaren vanaf 1990 tot en met 2005 goed benaderd worden met een meetkundige rij.
Uit figuur 2 valt af te lezen dat het totale aantal veldleeuweriken in Nederland in 2005 nog maar 40% was van het totale aantal veldleeuweriken in 1990.
Stel met behulp van dit gegeven een recursieve formule op voor de rij.
Geef de getallen in je antwoord zo nodig in drie decimalen.
Bijbehorende onderwerpen
Op deze pagina behandelen we vraag 15 van het centraal examen wiskunde A vwo 2024 – tijdvak 1. Deze vraag is onderdeel van Veldleeuweriken, en is 4 punten waard.
Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.
Daarnaast kun je:
- Oude antwoorden terugzien
- Extra uitleg vragen aan onze AI-hulp via de knop "Stel je vraag"
- Klikken op de bijbehorende onderwerpen uit de examenroute om verdieping te vinden
De onderwerpen bij deze vraag zijn:
- Rijen en Reeksen 1