De prestaties van een vliegtuig zijn afhankelijk van vele factoren, zoals de luchtdruk, de temperatuur en de hoogte waarop het vliegtuig vliegt.
Voor en tijdens een vlucht worden er allerlei berekeningen gemaakt, bijvoorbeeld om te bepalen hoeveel brandstof het vliegtuig nodig heeft en hoe steil het vliegtuig kan stijgen en dalen.
Om onder allerlei verschillende omstandigheden dezelfde (veiligheids)richtlijnen te kunnen hanteren, ontwikkelde de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie het model van de zogeheten standaardatmosfeer.
Dit model geldt slechts beperkt, want in werkelijkheid blijft de temperatuur vanaf een bepaalde hoogte constant op
In het model gelden de volgende formules:
•Voor de temperatuur:
•Voor de luchtdruk: