Het primair inkomen van een huishouden bestaat uit de som van alle bruto inkomens uit werk en vermogen van alle personen uit dat huishouden. Als in een huishouden niemand betaald werk heeft of over vermogen beschikt, dan is het primair inkomen van dit huishouden gelijk aan nul.
Het totale primair inkomen van alle huishoudens in Nederland in 2014 was 376,3 miljard euro. Er waren toen in totaal 7,8 miljoen huishoudens en 16,7 miljoen personen.
In de tabel zijn alle huishoudens op basis van hun primair inkomen gerangschikt en verdeeld in tien groepen die elk ongeveer evenveel huishoudens bevatten. De eerste groep bevat de huishoudens met de laagste primaire inkomens en de tiende groep bevat die met de hoogste primaire inkomens.
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
aandeel primair inkomen (%)
0
0
1
3
4
8
12
16
20
35
aandeel huishoudens (x 1000)
784
769
776
777
777
777
777
777
777
776
aantal personen (x 1000)
1138
1041
1234
1330
1466
1597
1851
2155
2381
2535
In de tabel kun je bijvoorbeeld zien dat de groep met de hoogste primaire inkomenshuishoudens bevat en uit2^{\ }535\ 0002^{\ }5350002^{\ }5350002^{\ }5350002^{}5350002^{}5350002^{}5350002^{\prime}5350002^{\prime\ }5350002^{\prime}5350002^{\prime}5350002^{\prime}535000personen bestaat.
Van het totale primair inkomen van 376,3 miljard euro is$35 \%van deze groep. Dit is 131,705 miljard euro.
De mate van inkomensongelijkheid tussen personen wordt weergegeven door$S. We definiëren$Sals volgt:
$Sis het gemiddeld inkomen per persoon in de tiende groep min het gemiddeld inkomen per persoon in de eerste groep.
Je kunt met de bovenstaande gegevens berekenen dat$Sbij het primair inkomen ongeveer 51 955 euro is.
Door uitkeringen te geven en belastingen te heffen, verkleint de Nederlandse overheid de inkomensongelijkheid.
Als we bij het primair inkomen van een huishouden alle ontvangen uitkeringen optellen en alle betaalde belastingen eraf halen, krijgen we het secundair inkomen van het huishouden.
In de figuur staat voor dezelfde tien groepen huishoudens als in de tabel het verschil tussen het secundair en primair inkomen per huishouden.
figuur
In de figuur kun je bijvoorbeeld zien dat het secundair inkomen per huishouden in de eerste vijf groepen hoger is dan het primair inkomen.
Er is dan een hoger bedrag aan uitkeringen ontvangen dan er aan belasting is betaald.
7 punten
Open vraag
Door de uitkeringen en belastingen zal$Sbij het secundair inkomen kleiner zijn dan bij het primair inkomen.
Onderzoek of$Sin 2014 bij het secundair inkomen meer of minder dan 30 000 euro lager is dan bij het primair inkomen.
Op deze pagina behandelen we vraag 21 van het centraal examen wiskunde A vwo 2021 – tijdvak 1. Deze vraag is onderdeel van Inkomensongelijkheid, en is 7 punten waard.
Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.
Daarnaast kun je:
Oude antwoorden terugzien
Extra uitleg vragen aan onze AI-hulp via de knop "Stel je vraag"
Klikken op de bijbehorende onderwerpen uit de examenroute om verdieping te vinden