




Een goudplevier (zie foto) is een vogel die niet in Nederland broedt, maar tijdens zijn trektochten wel in Nederland te vinden is. Er zijn grote verschillen in aantallen goudplevieren tussen de verschillende jaren.

In figuur 1 zijn de aantallen goudplevieren in Nederland in de jaren 1975 tot en met 2012 weergegeven als zwarte stippen.

Voor het vetpercentage in het najaar gaan we uit van de volgende formule:
P_{\text {najaar }}=\frac{2300+60 t}{207+0,6 t}
Hierin is$P_{\text {najaar }}het vetpercentage van de vogel in het najaar en$tde tijd in dagen na het begin van de gewichtstoename.
Met behulp van de afgeleide van$P_{\text {najar }}kan men onderzoeken of het vetpercentage$P_{\text {najaar }}afnemend stijgend is.
Stel de formule van de afgeleide vanP_{\text{najaar }}$P_{\text {najar }}op en onderzoek daarmee of$P_{\text {najaar }}afnemend stijgend is.
Op deze pagina behandelen we vraag 5 van het centraal examen wiskunde A vwo 2019 – tijdvak 1. Deze vraag is onderdeel van Goudplevieren, en is 6 punten waard.
Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.
Daarnaast kun je: