Vraag 22
Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:12 / 09:19·Vraag 22
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Met opgeheven hoofd je examens in
  • Oefen de examens van de afgelopen 8 jaar, met uitleg van docenten bij elke vraag
  • Extra uitleg en oefenen bij elk onderwerp uit je examen
  • Loop je vast? Ainstein, je AI-tutor, kijkt met je mee en helpt je verder
7 punten
Open vraag

In een windmolenpark staan 40 windmolens met elk een vermogen van$0{,}75 \mathrm{MW}. De molens hebben een rotordiameter van 50 meter en een ashoogte van 45 meter. De windmolens in dit park zijn aan vervanging toe. Men wil deze windmolens vervangen door tien gelijke windmolens van een groter type. Men hanteert als vuistregel dat een windmolen van dit type € 25 000 ,- per meter ashoogte kost. Bij de huidige windmolens is de verhouding tussen ashoogte en rotordiameter gelijk aan$\frac{45}{50}=0{,}9.

Deze verhouding zal ook gelden voor het grotere type windmolen, dus voor dit type geldt:$h=0{,}9 D.

Het totale vermogen van het park moet met de nieuwe windmolens minstens even groot worden als het met de huidige windmolens is.

Bereken de minimale investering die gedaan zal moeten worden voor de bouw van de nieuwe windmolens. Rond je antwoord af op miljoenen euro's.

Op deze pagina behandelen we vraag 22 van het centraal examen wiskunde A vwo 2018 tijdvak 2. Deze vraag is onderdeel van Grotere windmolens, en is 7 punten waard.

Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.

Daarnaast kun je:

  • Oude antwoorden terugzien
  • Extra uitleg vragen aan onze AI-hulp via de knop "Stel je vraag"
  • De uitlegvideo van docent Bas bekijken (video spoelt automatisch door naar het juiste moment)
  • Klikken op de bijbehorende onderwerpen uit de examenroute om verdieping te vinden