Vraag 17
Met opgeheven hoofd je examens in
  • Oefen de examens van de afgelopen 8 jaar, met uitleg van docenten bij elke vraag
  • Extra uitleg en oefenen bij elk onderwerp uit je examen
  • Loop je vast? Ainstein, je AI-tutor, kijkt met je mee en helpt je verder
4 punten
Open vraag

De heer Uil heeft ook een schatting gemaakt van het aantal volwassenen dat kon schrijven. Daartoe heeft hij verzoekschriften bekeken die in die tijd bij de Zeeuwse en Staats-Vlaamse overheden ingediend zijn. De indieners ervan ondertekenden die met een handtekening of met een merk, bijvoorbeeld een kruisje of een zelfbedacht teken. Wie een handtekening zette kon waarschijnlijk schrijven. Wie een merk zette, kon waarschijnlijk niet schrijven. In de tabel is te zien hoeveel handtekeningen en hoeveel merken er gezet zijn.

tabel

periode
mannen
vrouwen
totaal
handtekening
merk
handtekening
merk
$\mathbf{1 6 0 9}-\mathbf{1 6 5 0}
265
102
-
-
367
$\mathbf{1 6 5 1}-\mathbf{1 7 0 0}
556
85
4
2
647
$\mathbf{1 7 0 1}-\mathbf{1 7 5 0}
530
80
103
83
796
$\mathbf{1 7 5 1}-\mathbf{1 8 0 0}
1735
181
255
68
2239

Je kunt uit de gegevens afleiden dat er verschil is tussen mannen en vrouwen wat betreft het gebruik van een handtekening of een merk.

Bepaal met behulp van het formuleblad of dit verschil in de periode 1701-1750 gering, middelmatig of groot is.

Bijbehorende onderwerpen

Op deze pagina behandelen we vraag 17 van het centraal examen wiskunde A havo 2022 tijdvak 3. Deze vraag is onderdeel van Onderwijs in vroeger tijden, en is 4 punten waard.

Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.

Daarnaast kun je:

  • Oude antwoorden terugzien
  • Extra uitleg vragen aan onze AI-hulp via de knop "Stel je vraag"
  • Klikken op de bijbehorende onderwerpen uit de examenroute om verdieping te vinden

De onderwerpen bij deze vraag zijn:

  • Statistische uitspraken doen 2