Oefen de examens van de afgelopen 8 jaar, met uitleg van docenten bij elke vraag
Extra uitleg en oefenen bij elk onderwerp uit je examen
Loop je vast? Ainstein, je AI-tutor, kijkt met je mee en helpt je verder
In deze opgave vergelijken we de prestaties van schaatssters, ook al hebben die schaatssters nooit in hetzelfde toernooi geschaatst. Hiervoor maken we gebruik van de persoonlijke recordtijden van schaatssters op zes verschillende afstanden, namelijk de500, 1000, 1500, 3000, 5000en10 000meter. In deze opgave beperken we ons tot86topschaatssters en hun persoonlijke recordtijden zoals die begin 2016 bekend waren.
De persoonlijke recordtijden van deze86schaatssters op de500meter en op de 1000meter zijn weergegeven in een spreidingsdiagram. Zie figuur 1. Elke stip geeft één schaatsster weer. Deze figuur staat ook twee keer op de uitwerkbijlage.
figuur 1
3 punten
Open vraag
Om de tijden op verschillende afstanden met elkaar te kunnen vergelijken, wordt elke tijd omgerekend naar de gemiddelde tijd per500meter.
Stel bijvoorbeeld dat een schaatsster15minuten en20,4seconden over de10 000meter doet. Gemiddeld doet zij dan over500meter$\frac{15 \cdot 60+20{,}4}{10000} \cdot 500=46{,}02seconden.
Voor de vier langste afstanden worden de persoonlijke recordtijden van alle 86 schaatssters omgerekend naar de gemiddelde tijd per500meter.
Deze omgerekende tijden zijn weergegeven in boxplots. Zie figuur 2.
Deze figuur staat ook op de uitwerkbijlage.
figuur 2 omgerekende tijd (gemiddelde tijd per 500 meter)
Als je de boxplots onderling vergelijkt, dan kun je met behulp van het formuleblad concluderen dat er een groot verschil is tussen de omgerekende tijden op de1500meter en die op de10 000meter. Er zijn meer afstanden waarbij er sprake is van een groot verschil.
Noem elk tweetal afstanden waarbij er sprake is van een groot verschil tussen de omgerekende tijden. Je kunt hierbij gebruikmaken van de figuur op de uitwerkbijlage. Licht je antwoord toe.
Beoordeling
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 2 punten:
Opmerkingen
•Bij het tweede antwoordelement voor elk ontbrekend of foutief tweetal een scorepunt in mindering brengen.
•Zonder toelichting voor deze vraag maximaal 2 scorepunten toekennen.
Op deze pagina behandelen we vraag 14 van het centraal examen wiskunde A havo 2022 – tijdvak 2. Deze vraag is onderdeel van Recordtijden van schaatssters, en is 3 punten waard.
Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.
Daarnaast kun je:
Oude antwoorden terugzien
Extra uitleg vragen aan onze AI-hulp via de knop "Stel je vraag"
De uitlegvideo bekijken (video spoelt automatisch door naar het juiste moment)
Klikken op de bijbehorende onderwerpen uit de examenroute om verdieping te vinden