Om te bepalen hoe goed iemands ogen functioneren, wordt vaak gebruikgemaakt van de Snellenkaart. De letters op deze kaart moeten vanaf een afstand vanfeet (ongeveermeter) worden gelezen. Zie de figuur.

De visus is een maat voor de gezichtsscherpte. Deze maat kan met behulp van de Snellenkaart worden uitgedrukt in een score$S. Iemand met normaal functionerende ogen kan de letters op regel 8 nog wel lezen, maar de letters op regel 9 niet meer. Bij normaal functionerende ogen hoort een score$S=\frac{20}{20}=1. Als een persoon nog kleinere letters kan lezen, dan is de score$Sgroter dan. Bij de onderste regel 11 hoort bijvoorbeeld de score$S=\frac{20}{10}=2.
lemand met$S=0{,}5moet alles van tweemaal zo dichtbij bekijken om hetzelfde op de Snellenkaart te kunnen zien als iemand met$S=1. lemand met$S=0{,}1moet tienmaal zo dichtbij staan, enzovoort.

