Voorbeelden van een goed te rekenen antwoord zijn:
•Bij lagere pH zijn de$\mathrm{COO}^{-}-groepen (deels) omgezet tot COOH groepen. Omdat er minder negatieve groepen zijn, zal er minder afstoting zijn tussen de ketens. De afstand tussen de ketens wordt hierdoor kleiner, waardoor er minder plaats is om watermoleculen via dipool-dipoolbindingen/waterstofbruggen te binden. Hierdoor kan bioSAP bij lagere pH minder water opnemen (dan bij$\mathrm{pH}=7).
- Bij lagere pH zijn de$\mathrm{COO}^{-}-groepen (deels) omgezet tot COOH groepen. De waterstofbrug tussen watermoleculen en COOH -groepen is minder sterk dan de ion-dipoolbinding/hydratatie van$\mathrm{COO}^{-}-groepen door watermoleculen. Hierdoor kan bio-SAP bij lagere pH minder water opnemen (dan bij$\mathrm{pH}=7)
•Bij lagere pH zijn de$\mathrm{COO}^{-}-groepen (deels) omgezet tot COOH groepen. De hoeveelheid waterstofbruggen die tussen de ketens kunnen worden gevormd neemt daardoor toe. De afstand tussen de ketens neemt hierdoor af, waardoor bio-SAP bij lagere pH minder water kan opnemen (dan bij$\mathrm{pH}=7).
•Bij lagere pH zijn de$\mathrm{COO}^{-}-groepen (deels) omgezet tot COOH groepen. Omdat er minder negatieve groepen aanwezig zijn, kunnen natrium-ionen het materiaal verlaten. Er is tussen de ketens dus minder hydratatie van de natrium-ionen mogelijk, waardoor de opname van water minder is.
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt: