Oefen examens van de afgelopen 5 jaar met extra uitleg door docenten bij examenvragen
Extra uitleg en oefenen voor elk onderwerp uit je examen
Stel vragen en krijg direct antwoord
Bestand aan het laden...
Creatine speelt een belangrijke rol in de energiehuishouding van de spieren en de hersenen. In de biosynthese van creatine wordt onder invloed van het enzym AGAT eerst de stof glycocyamine (zie figuur 1) gevormd uit de aminozuren glycine en arginine.
figuur 1
Bij de vorming van glycocyamine wordt het stikstofatoom van glycine aan een van de koolstofatomen in de restgroep van arginine gekoppeld.
Hierbij ontstaat ook ornithine.
Ornithine is een aminozuur dat niet is vermeld in het informatieboek.
3 punten
Open vraag
Door de gehaltes van glycocyamine en creatine te onderzoeken, kan worden onderzocht of er sprake is van een van beide ziektes.
Bij de bepaling van het gehalte creatine wordt soms gebruikgemaakt van chromatografie. In een onderzoek is van een mengsel van bekende stoffen een chromatogram gemaakt. De stationaire fase was hierbij apolair. Dit chromatogram is in figuur 3 weergegeven.
figuur 3
In figuur 3 zijn met pijlen twee pieken aangegeven. Een van beide pieken is afkomstig van creatine en de andere van asparaginezuur.
Van deze stoffen is in een ander experiment de verdelingscoëfficiënt$K_{\mathrm{v}}bepaald in een tweelagen-systeem van water en de hydrofobe vloeistof octaan-1-ol. De$K_{\mathrm{v}}is een maat voor de polariteit van een stof. Deze verdelingscoëfficiënt kan worden berekend met formule 1:
De waarde van de$K_{v}van creatine is$6{,}3 \cdot 10^{-1}en die van asparaginezuur is$1{,}3 \cdot 10^{-4}.
Leg uit welke van de twee aangegeven pieken uit figuur 3 hoort bij creatine. Gebruik in je uitleg formule 1.
Beoordeling
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
Een hoge waarde van de$K_{\mathrm{v}}geeft aan dat een stof beter oplost in octaan-1-ol dan in water. Dat betekent dat deze stof relatief apolair is.
De$K_{\mathrm{v}}van creatine is het hoogst, dus creatine is het meest apolair.
De stationaire fase is ook apolair, dus zal creatine het meest aan de apolaire fase adsorberen. Hierdoor is de retentietijd van creatine langer, dus piek 2 hoort bij creatine.
Op deze pagina behandelen we vraag 22 van het centraal examen scheikunde vwo 2024 – tijdvak 1. Deze vraag is onderdeel van Creatine, en is 3 punten waard.
Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.
Daarnaast kun je:
Oude antwoorden terugzien
Extra uitleg vragen aan onze AI-hulp via de knop "Stel je vraag"
Klikken op de bijbehorende onderwerpen uit de examenroute om verdieping te vinden