Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
•De onderzoekers leidden de lucht met\mathrm{NH}_{3}in water / een zure oplossing. (Om de zoveel tijd hebben ze de ontstane oplossing vervangen door vers water / een verse oplossing.) De ontstane oplossingen van\mathrm{NH}_{3}hebben ze getitreerd met een geschikte oplossing.
•De onderzoekers leidden de lucht met\mathrm{NH}_{3}in water. Ze volgden het verloop van de pH tijdens het experiment (waardoor ze het gehalte konden berekenen).
•De onderzoekers namen (op regelmatige tijdstippen) een monster van de lucht met\mathrm{NH}_{3}en brachten dat in een gaschromatograaf. Vervolgens hebben ze het piekoppervlak / de piekhoogte van de\mathrm{NH}_{3}gemeten (en vergeleken met een referentie).
•De onderzoekers namen (op regelmatige tijdstippen) een monster van de lucht met\mathrm{NH}_{3}en brachten dat in een massaspectrometer. Vervolgens hebben ze de piekhoogte van de\mathrm{NH}_{3}gemeten (en vergeleken met een referentie).
•De onderzoekers namen (op regelmatige tijdstippen) een monster van de lucht met\mathrm{NH}_{3}en koelden dat sterk af. Vervolgens bepaalden ze de massa van het gecondenseerde\mathrm{NH}_{3}.
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt: