Melkpoeder voor babymelk bevat eiwitten die een baby nodig heeft om te groeien. Om het eiwitgehalte in melkpoeder te bepalen wordt gebruik gemaakt van de Kjeldahl-methode. De Kjeldahl-methode bestaat uit de volgende stappen:
1.Alle stikstofatomen in het melkpoeder worden omgezet tot ammoniumionen.
2.Aan de ontstane oplossing wordt een overmaat kaliloog toegevoegd. Hierbij treedt de volgende reactie op: \mathrm{NH}_{4}^{+}+\mathrm{OH}^{-} \rightarrow \mathrm{NH}_{3}+\mathrm{H}_{2} \mathrm{O}
3.Door het mengsel te verwarmen komt de ammoniak vrij als gas. De ammoniak wordt vervolgens door een boorzuuroplossing geleid. Hierbij treedt de volgende reactie op:\mathrm{H}_{3} \mathrm{BO}_{3}+\mathrm{NH}_{3} \rightarrow \mathrm{NH}_{4}^{+}+\mathrm{H}_{2} \mathrm{BO}_{3}^{-}
4.Het mengsel dat is ontstaan na het doorleiden van ammoniak, wordt met zoutzuur getitreerd. Hierbij treedt de volgende reactie op: \mathrm{H}_{2} \mathrm{BO}_{3}^{-}+\mathrm{H}_{3} \mathrm{O}^{+} \rightarrow \mathrm{H}_{3} \mathrm{BO}_{3}+\mathrm{H}_{2} \mathrm{O}
Uit het titratieresultaat kan het massapercentage stikstof (N) worden berekend.

