Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
•In de structuurformule van een molecuul DVE zijn twee\mathrm{C}=\mathrm{C}\text{-groepen}\mathrm{C}=\mathrm{C}\mathrm{C}=\mathrm{C}\mathrm{C}=\mathrm{C}\mathrm{C}=\mathrm{C}\mathrm{C}=\mathrm{C}\mathrm{C}=\mathrm{C}\mathrm{C}=\mathrm{C}\mathrm{C}=\mathrm{C}\mathrm{C}=\mathrm{C}\mathrm{C}=\mathrm{C}\mathrm{C}=\mathrm{C}\mathrm{C}=\mathrm{C}\mathrm{C}=\mathrm{C}\mathrm{C}=\mathrm{C}\mathrm{C}=\mathrm{C}\mathrm{C}=\mathrm{C}\mathrm{C}=\mathrm{C}$\mathrm{C}=\mathrm{C}aanwezig. Als deze beide reageren (door een additiereactie met moleculen B2) kan één molecuul DVE in twee verschillende (groeiende) polymeerketens terechtkomen. Zo ontstaat er een netwerk(polymeer), wat kenmerkend is voor een thermoharder.
•Een thermoharder bevat crosslinks. (Een molecuul) DVE bevat twee reactieve groepen en kan daardoor (via een poly-additiereactie met beide\mathrm{C}=\mathrm{C}\text{-groepen}\mathrm{C}=\mathrm{C}\mathrm{C}=\mathrm{C}\mathrm{C}=\mathrm{C}\mathrm{C}=\mathrm{C}\mathrm{C}=\mathrm{C}\mathrm{C}=\mathrm{C}\mathrm{C}=\mathrm{C}\mathrm{C}=\mathrm{C}\mathrm{C}=\mathrm{C}\mathrm{C}=\mathrm{C}\mathrm{C}=\mathrm{C}\mathrm{C}=\mathrm{C}\mathrm{C}=\mathrm{C}\mathrm{C}=\mathrm{C}\mathrm{C}=\mathrm{C}$\mathrm{C}=\mathrm{C}) crosslinks tussen de polymeerketens vormen. Er ontstaat dus een thermoharder.
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt: