Leerdoelen
•Je kunt de husseltactiek toepassen.
•Je kunt de zinsdeelstrepen op de juiste plek zetten.
Belang van zinsdeelstrepen
Het correct zetten van zinsdeelstrepen is belangrijk om de kans op fouten bij de zinsdeelbenoeming te verkleinen.
De persoonsvorm
Voordat je met zinsdeelstrepen begint, moet je weten hoe je de persoonsvorm in een zin bepaalt. We gaan ervan uit dat je dit al kunt. Zo niet, raadpleeg dan eerst de stof over de persoonsvorm.
Waarom sla je met het vinden van de persoonsvorm twee vliegen in één klap? Doordat je weet dat alle woorden voor de persoonsvorm één zinsdeel vormen.
De husseltactiek
Met de husseltactiek kun je bepalen welke woorden samen een zinsdeel vormen door woorden voor de persoonsvorm te zetten zonder de betekenis van de zin te veranderen.
•Voorbeeldzin:
"De groene vrachtwagen schoot rakelings langs de buiten het vak geparkeerde auto."
Stap 1: persoonsvorm bepalen
Zet de zin in een andere tijd: "De groene vrachtwagen schiet rakelings langs de buiten het vak geparkeerde auto."
Hier verandert "schoot" in "schiet", dus schoot is de persoonsvorm.
Stap 2: husselen
Verplaats woorden voor de persoonsvorm zonder dat de betekenis verandert.
Het woord ‘rakelings’ voor de persoonsvorm (schoot) plaatsen:
"Rakelings schoot de groene vrachtwagen langs de buiten het vak geparkeerde auto."De betekenis van de zin verandert niet, dus er komt een streep achter ‘rakelings’.
Het woord ‘langs’ voor de persoonsvorm (schoot) plaatsen: “Langs de groene vrachtwagen schoot rakelings de buiten het vak geparkeerde auto.” De betekenis van de zin verandert wel, dus er komt geen streep achter ‘langs’. De woorden ‘langs de buiten het vak geparkeerde auto’ voor de persoonsvorm (schoot) zetten:"Langs de buiten het vak geparkeerde auto schoot de groene vrachtwagen rakelings."De betekenis van de zin verandert niet, dus dit deel van de zin vormt een zinsdeel.
Conclusie:
"De groene vrachtwagen | schoot | rakelings | langs de buiten het vak geparkeerde auto."
Speciale situaties
Er zijn twee situaties die lastiger zijn: de vraagzinnen en de gebiedende wijs.
Vraagzinnen
1.Maak de zin bevestigend
"Waar kan ik jouw oplader vinden?" wordt "Daar kan ik jouw oplader vinden."
2.Hussel de bevestigende zin
"Daar (waar) | kan | ik | jouw oplader | vinden." Gebiedende WijzeVoeg een onderwerp toe
"Geef die bal een trap." wordt "Geef jij die bal een trap."Hussel de zin “Geef | (jij) | die bal | een trap.”Conclusie
In deze les heb je geleerd hoe je zinsdeelstrepen correct zet door gebruik te maken van de husseltactiek. De belangrijkste punten:
•Eerst bepaal je de persoonsvorm om te weten dat alles ervoor één zinsdeel is.
•Gebruik de husseltactiek om woorden en woordgroepen voor de persoonsvorm te zetten om zinsdelen te herkennen.
•Speciale situaties zoals vraagzinnen en gebiedende wijze vragen om aanpassingen zoals een bevestigende zin maken of een onderwerp toevoegen.