Leerdoelen
•Je kunt uitleggen wat een voorzetsel is.
•Je kunt voorzetsels herkennen en benoemen.
Wat zijn voorzetsels?
Voorzetsels zijn woorden die meestal het begin vormen van een woordgroep met een naamwoord of voornaamwoord als kern. Ze geven een relatie aan tussen de woordgroep waar ze deel van uitmaken en een ander deel van de zin, zoals het voorafgaande werkwoord.
Voorbeelden van voorzetsels
Voorzetsels kunnen verschillende dingen aangeven:
•Tijd: na, voor, tijdens, binnen
•Plaats: in, op, naast, achter
•Oorzaak: door, vanwege
Voorbeeldzinnen | ||
|---|---|---|
Voorbeeldzin | Uitleg | |
"Ik ga met de bus naar mijn oma." | Hier vormen "met de bus" en "naar mijn oma" woordgroepen met de voorzetsels "met" en “naar”. | |
"De man zit op de stoel." | "Op" is het voorzetsel dat de relatie tussen de man en de stoel aangeeft. | |
"Binnen twee maanden bel ik je."
| In dit geval staat "binnen" voor de naamwoordelijke deel waar het bij hoort. | |
De paradox van voorzetsels
Hoewel we zeggen dat voorzetsels vóór de naamwoordgroep staan, kunnen ze soms ook achteraan verschijnen, wat tegenstrijdig lijkt.
Voorbeelden van achterzetsels
"Ik reis de hele wereld over."
Hier zie je dat "over" als achterzetsel functioneert, wat een beetje paradoxaal is voor een voorzetsel.
Voorzetsels en bijwoorden: de verwarring
Soms kunnen voorgestelde voorzetsels op bijwoorden lijken, wat kan leiden tot verwarring. Dit gebeurt vaak bij scheidbare samengestelde werkwoorden en naamwoordelijke gezegdes.
Scheidbare samengestelde werkwoorden
"Wanneer komen we in Groningen aan?"
In dit geval is "aan" geen voorzetsel, maar een onderdeel van het werkwoord "aankomen".
Naamwoordelijk gezegde
"Trainingspakken zijn in."
Hier geeft "in" een eigenschap weer van de trainingspakken, en functioneert het als een bijwoord in plaats van een voorzetsel.
Bijwoordelijke bepalingen van plaats
Bijwoordelijke bepalingen van plaats kunnen ook extra verwarring veroorzaken. Neem bijvoorbeeld de instructie: "Zit maar achterin."
"Achterin" is een combinatie van twee voorzetsels, maar functioneert hier als een bijwoord.




