Leerdoelen
•Je kunt uitleggen wat een lidwoord is.
•Je kent de verschillende categorieën lidwoorden.
•Je kunt de lidwoorden herkennen en benoemen.
Wat is een lidwoord?
Lidwoorden zijn woorden die altijd bij een zelfstandig naamwoord horen. Er zijn drie lidwoorden: de, het en een. Ze worden gebruikt om aan te geven of je een specifiek of willekeurig zelfstandig naamwoord bedoelt.
•Voorbeelden:
De buurman, het keukenkastje, een gevoel.
Lidwoorden kunnen ook voor woorden staan die als zelfstandig naamwoord worden gebruikt.
•Voorbeeld:
Het voetballen was leuk.
Let op: soms staan er andere woorden tussen het lidwoord en het zelfstandig naamwoord, zoals telwoorden of bijvoeglijke naamwoorden.
•Voorbeeld:
Ik heb een rode en een blauwe sok.
In deze zin hoort een bij sok, ondanks dat er meerdere woorden tussen staan.
Categorieën lidwoorden
Bepaalde lidwoorden: de en het
Specifiek om welk zelfstandig naamwoord het gaat.
•Voorbeelden: Ik hoop de zanger te zien.
Ik hoop het liedje te horen.
Onbepaald lidwoord: een
Algemeen, het zelfstandig naamwoord is niet specifiek.
•Voorbeelden: Ik hoop een zanger te zien.
Ik hoop een liedje te horen.
Ezelsbruggetje voor lidwoorden
Om te onthouden welk lidwoord bepaald of onbepaald is, kun je het volgende ezelsbruggetje gebruiken:
Bepaalde lidwoorden (BLW): de en het beginnen beide met een medeklinker, net als de B van BLW.
Onbepaald lidwoord (OLW): een begint met een klinker, net als de O van OLW.
Uitzonderingen
Er zijn enkele uitzonderingen waarbij bepaalde woorden geen lidwoorden zijn:
Als het woord niet bij een zelfstandig naamwoord hoort.
•Voorbeelden: Het regent.
Het is belachelijk.
Hier is “het” een persoonlijk voornaamwoord.
Als het cijfer 1 wordt uitgesproken.
•Voorbeeld:
Een van de vele.
Hier is “een” een telwoord.




