Hoe kun je het onderwerp van een tekst bepalen zonder de hele tekst te lezen? Noem drie stappen en licht deze toe met korte voorbeelden.
Leerdoelen
•Je kunt het onderwerp van een tekst bepalen en formuleren.
•Je kunt de hoofdgedachte van een tekst bepalen en formuleren.
•Je weet wat het verschil is tussen het grammaticale onderwerp en het onderwerp van de tekst.
Leesvaardigheid
Het verschil tussen het grammaticale onderwerp en het onderwerp van een tekst.
Grammaticaal onderwerp:
Het grammaticale onderwerp staat altijd in een zin en is verbonden aan een persoonsvorm. Bijvoorbeeld, in de zin "Jan speelt voetbal" is "Jan" het grammaticale onderwerp omdat het direct verbonden is aan het werkwoord "speelt".
Onderwerp van een tekst:
Dit is waar de hele tekst over gaat. Het onderwerp van een tekst bestaat uit één woord of een woordgroep, maar nooit uit een hele zin. Het onderwerp van een tekst bevat geen persoonsvorm. Bijvoorbeeld, het onderwerp kan zijn "voetbal" of "de opkomst van het vrouwenvoetbal".
Hoe bepaal je het onderwerp van een tekst?
Je kunt het onderwerp van een tekst vaak al bepalen zonder de hele tekst te lezen en door de volgende stappen te volgen:
1.Lees de titel: De titel van de tekst geeft vaak al een aanwijzing over het onderwerp.
2.Lees de eerste alinea: In de eerste alinea wordt het onderwerp vaak geïntroduceerd.
3.Bekijk plaatjes, illustraties of diagrammen: Illustraties kunnen je ook helpen om het onderwerp te bepalen.
4.Lees tussenkopjes en anders gedrukte woorden: Tussenkopjes en dikgedrukte of gecursiveerde woorden (schuingedrukt) kunnen belangrijke aanwijzingen geven.
5.Waar gaat deze tekst over?
Belangrijk: stel daarna jezelf de vraag "op basis van de informatie die ik nu heb, waar gaat deze tekst over?" en geef hierop antwoord.
Hoe formuleer je het onderwerp van een tekst?
Het onderwerp van een tekst bestaat uit één of meerdere woorden, maar het onderwerp is nooit een hele zin.
Je kunt het onderwerp bijvoorbeeld als volgt formuleren:
•"Vrouwenvoetbal" of "de opkomst van het vrouwenvoetbal."
Het volgende voorbeeld is dus fout, want het is een hele zin:
•“Het gaat over vrouwenvoetbal” of "vrouwenvoetbal wordt steeds populairder."
Wat is de hoofdgedachte van een tekst?
De hoofdgedachte van een tekst vat het belangrijkste punt van de tekst samen in één zin. De hoofdgedachte is het antwoord op de vraag: "Wat wil de auteur over het onderwerp zeggen?"
Dit is altijd een mededelende zin, dus geen vraag. Het formuleren van de hoofdgedachte is alleen mogelijk als je het onderwerp van de tekst weet.
Voorbeeld:
•Goede hoofdgedachte: "Het vrouwenvoetbal in Nederland is al jaren in opmars."
•Foute hoofdgedachte: "Hoe heeft het vrouwenvoetbal in Nederland zich ontwikkeld?" (Dit is een vraag.)
Deelonderwerpen
Deelonderwerpen zijn verschillende aspecten van het hoofdonderwerp die in het middenstuk van de tekst worden behandeld. Dit zijn meestal de verschillende kanten van het verhaal.
Voorbeeld:
•Hoofdonderwerp: vrouwenvoetbal in Nederland.
•Deelonderwerpen: het eerste vrouwenelftal, professionalisering van het vrouwenvoetbal en de Oranje Leeuwinnen.













