Leerdoelen
•Je kunt uitleggen wat een bijwoord is.
•Je kunt benoemen welke functies een bijwoord in de zin kan vervullen.
•Je kunt bijwoorden herkennen en benoemen.
Wat is een bijwoord?
Bijwoorden geven meer informatie over een ander woord in de zin, of zelfs over de hele zin. Ze vertellen bijvoorbeeld iets over een werkwoord, een bijvoeglijk naamwoord, een ander bijwoord of de hele zin.
Voorbeelden van bijwoorden:
•Bijwoord bij een werkwoord: Hij speelde buiten.
Hier zegt het bijwoord buiten iets over het spelen.
•Bijwoord bij een bijvoeglijk naamwoord: Dat is een erg goed stuk.
Hier zegt het bijwoord erg iets over het bijvoeglijk naamwoord goed.
•Bijwoord bij een ander bijwoord: Dat is een heel erg goed stuk.
Heel versterkt hier het bijwoord erg.
•Bijwoord bij de hele zin: Wellicht vergeef ik je.
Hier zegt het bijwoord wellicht iets over de zin “ik vergeef je”.
Functies van een bijwoord
Bijwoorden geven iets aan. Dit zijn de functies van de bijwoorden.
•Ontkenning Voorbeelden: niet, nooit, geenszins.
•Plaats of richting Voorbeelden: er, daar, hier, ergens, overal, waarheen, elders, ginds.
•Tijd Voorbeelden: gisteren, vandaag, morgen, straks, later, onlangs.
•Zekerheid Voorbeelden: ongetwijfeld, absoluut, vast, echt.
•Graad Voorbeelden: zeer, heel, nogal, enigszins, hartstikke.
Tip
Wanneer je zinnen in zinsdelen verdeelt, zijn de bijwoordelijke bepalingen die bestaan uit één woord altijd een bijwoord.
•Voorbeeld
Zij | woont | in het huis | hiernaast.
zij is het onderwerp.
woont is de persoonsvorm.
in het huis is een bijwoordelijke bepaling.
hiernaast is een bijwoordelijke bepaling die bestaat uit één woord en dus een bijwoord.
Conclusie
In deze les heb je geleerd wat bijwoorden zijn, welke functies ze vervullen en hoe ze verschillen van bijvoeglijke naamwoorden. Door te weten dat bijwoorden extra informatie geven over werkwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, andere bijwoorden of hele zinnen, kun je ze gemakkelijker herkennen en correct gebruiken in zinnen.




