Leerdoelen
•Je kunt de belangrijkste begrippen van poëzie herkennen en benoemen.
Het verschil tussen proza en poëzie
Proza en poëzie verschillen in vorm en doel. De schrijver Gerrit Krol omschreef poëzie als literatuur waarbij de schrijver bepaalt waar de woorden op de pagina staan. In gedichten kiest de dichter bewust de plaats van woorden, waardoor er vaak veel witruimte is en woorden extra nadruk krijgen.
In proza, zoals in romans, staat de tekst meestal dicht op elkaar en draait het vooral om het vertellen van een verhaal. Proza is daarom vaak gericht op epiek (het vertellen van een verhaal), terwijl poëzie meestal lyrisch is en vooral gevoelens en emoties uitdrukt.
Wat zijn de kenmerken van poëzie?
Gedichten hebben een aantal specifieke kenmerken:
•Bladspiegel met veel wit: in gedichten is er vaak veel witruimte op de pagina. Dit laat de woorden meer opvallen.
•Rijm: rijm komt vaak voor in gedichten, maar niet altijd. Sommige dichters zijn juist bekend geworden zonder veel rijm te gebruiken.
•Versregels en strofen: een versregel is één regel tekst van links naar rechts. Meerdere versregels bij elkaar vormen een strofe. Je kunt een strofe zien als een alinea binnen een gedicht, waarin de regels samen een bepaalde betekenis hebben.
•Enjambement: dit is het afbreken van een zin in een versregel op een onlogisch moment. De zin loopt dan door op de volgende versregel. Een dichter kan hiermee spelen.
Voorbeeld van enjambement (Multatuli): De kat viel van de trappen. Mijn vader verkoopt aardap- pelen en uien.
Het is niet logisch om hier drie versregels te gebruiken, want de zin "Mijn vader verkoopt aardappelen en uien" kan prima op twee regels. Het woord "aardappelen" is hier op een onlogisch moment afgebroken. Dit voorbeeld illustreert een enjambement. De dichter speelt hiermee om bijvoorbeeld een grappig rijm te creëren tussen "trappen" en "aardappelen".
Wat is de rol van rijm en klankeffecten in gedichten?
Rijm speelt vaak een belangrijke rol in gedichten. Er zijn verschillende soorten rijm en klankeffecten:
Soort rijm | Uitleg | Voorbeeld |
|---|---|---|
Gepaard rijm | De laatste woorden van twee opeenvolgende regels rijmen met elkaar (AABB). | “aan” en “maan” |
Gekruist rijm | De laatste woorden van de eerste en derde versregels rijmen, en de tweede en vierde (ABAB). | “blozen” en “rozen”, met een versregel ertussen. |
Alliteratie (beginrijm) | De beginletter van woorden rijmt met de beginletter van andere woorden, vaak binnen dezelfde zin of versregel. | "zoete zoele" (de z-klank) of "violen vlagen" (de v-klank). |
Assonantie (klinkerrijm of binnenrijm) | De klinkers van woorden rijmen met elkaar, vaak binnen dezelfde versregel. | In "zoete zoele" rijmt bijvoorbeeld de oe-klank. Hier is dus zowel sprake van alliteratie als van assonantie. |
Hoe stel je een rijmschema op?
Om de rijmstructuur van een gedicht te begrijpen, kun je een rijmschema opstellen. Dit werkt als volgt:
1.Kijk naar de laatste woorden van elke versregel.
2.Geef de eerste unieke rijmklank de letter A.
3.Geef elke volgende unieke klank de eerstvolgende letter (B, C, enzovoort).
4.Rijmt een woord op een eerdere klank? Geef het dan dezelfde letter.
Als voorbeeld dient het gedicht Vera Janacopoulos (Cantilene) van Jan Engelman (1930):
Ambrosia, wat vloeit mij aan (A) uw schedelveld is koeler maan (A) en alle appels blozen. (B) De klankgazelle die ik vond. (C) Hoe zoete zoele kindermond (C) van zeeschuim en van rozen. (B)
O muze, in het morgenlicht. (D) O minnares en slank gedicht. (D) Er is een God verscholen (E) Violen vlagen op het mos (F) Elysium, de vlinders los (F) en duizendjarig dolen. (E)
Voor de eerste strofe is het rijmschema AABCCB:
•"aan" en "maan" rijmen op elkaar en krijgen allebei een A (gepaard rijm).
•"blozen" is een nieuwe klank en krijgt een B.
•"vond" is opnieuw een nieuwe klank en krijgt een C.
•"mond" rijmt op "vond" en krijgt daarom ook een C.
•"rozen" rijmt op "blozen" en krijgt weer een B.
Voor de tweede strofe is het rijmschema DDEFFE:
•"licht" en "gedicht" rijmen en krijgen beide een D (gepaard rijm).
•"verscholen" is een nieuwe klank en krijgt een E.
•"dolen" rijmt op "verscholen" en krijgt eveneens een E. Tussen deze twee regels staat "mos" (F), waardoor de rijmklanken elkaar omkaderen in het patroon DDEFFE.




