Leerdoelen
•Je kunt uitleggen wat het voorzetselvoorwerp is.
•Je kunt het voorzetselvoorwerp herkennen en benoemen.
Stappenplan voor zinsontleding
Voor je aan deze stap begint, moet je de eerste zes stappen van de zinsontleding al gezet hebben:
1.Bepaal de persoonsvorm.
2.Bepaal de zinsdelen.
3.Bepaal het onderwerp.
4.Bepaal het gezegde (werkwoordelijk of naamwoordelijk).
5.Bepaal het leidend voorwerp.
6.Bepaal het meewerkend voorwerp.
In deze uitleg gaan we verder op stap 7: het bepalen van het voorzetselvoorwerp.
Wat is een voorzetselvoorwerp?
Er zijn drie manieren die je kunnen helpen bij het herkennen van een voorzetselvoorwerp.
•Het voorzetselvoorwerp begint altijd met een voorzetsel dat bij het werkwoord hoort.
•Het voorzetsel kan niet door een ander voorzetsel vervangen worden zonder de betekenis te veranderen.
•De betekenis is vaak abstract, niet concreet.
•Voorbeelden
1.“Bram wacht op het Rotterdamse station al uren op de trein naar Nijmegen."
In deze zin is de persoonsvorm "wacht". Het voorzetsel "op" komt twee keer voor:
“Op het Rotterdamse station”: dit kan vervangen worden door "naast", "boven" of "in".
Bijvoorbeeld: "Bram wacht naast het Rotterdam station al uren op de trein naar Nijmegen."Dit is een bijwoordelijke bepaling en dus geen voorzetselvoorwerp.“Op de trein naar Nijmegen”: dit kan niet zomaar vervangen worden zonder de betekenis te veranderen.Bijvoorbeeld: "Bram wacht op het Rotterdam station al uren naast de trein naar Nijmegen." De betekenis verandert hier. Daarom is "op de trein naar Nijmegen" een voorzetselvoorwerp.
2. “Thijs is boos over die opmerking.”
"Over" kan niet vervangen worden zonder dat de zin raar klinkt:
"Thijs is boos op die opmerking." of "Thijs is boos naast die opmerking."
Daarom is "over die opmerking" een voorzetselvoorwerp.
Verschil met bijwoordelijke bepaling
Voorzetsels van een bijwoordelijke bepaling kunnen gemakkelijk worden vervangen:
•Voorbeeld
"Bram wacht op het treinstation" kan "Bram wacht naast het treinstation" worden.
Bij het voorzetselvoorwerp kan dit niet:
"Bram wacht op de trein naar Nijmegen" kan niet vervangen worden zonder de betekenis te veranderen.
Conclusie
In deze les heb je geleerd wat het voorzetselvoorwerp is en hoe je het kunt herkennen en benoemen. Een voorzetselvoorwerp begint altijd met een voorzetsel dat niet door een ander voorzetsel vervangen kan worden, en het voorzetsel heeft vaak een abstracte betekenis. Dit onderscheidt het van de bijwoordelijke bepaling, waarbij het voorzetsel wel vervangen kan worden zonder de betekenis van de zin te veranderen. Onthoud dat het niet in elke zin voorkomt, maar als het er wel is, speelt het een belangrijke rol bij het bepalen van de zinsdelen.