Vraag 39
Met opgeheven hoofd je examens in
  • Oefen de examens van de afgelopen 8 jaar, met uitleg van docenten bij elke vraag
  • Extra uitleg en oefenen bij elk onderwerp uit je examen
  • Loop je vast? Ainstein, je AI-tutor, kijkt met je mee en helpt je verder
2 punten
Open vraag

Volgens tekst 2 zou het stimuleren van de reflectieve ontwikkeling van leerlingen een belangrijk doel van taalonderwijs moeten zijn.

Hieronder volgen vier situaties.

Geef voor elke situatie aan of deze wel of niet de reflectieve ontwikkeling van leerlingen duidelijk zal stimuleren, gelet op de strekking van tekst 2.

Neem de nummers van de uitspraken over en zet daarachter wel of niet.

1.Leerlingen krijgen een toets over zinsontleding; daarna corrigeren ze hun toets zelfstandig met een gedetailleerd nakijkformulier en controleren ze kort in tweetallen elkaars correcties.

2.Leerlingen lezen drie varianten van een zin: één met archaïsche woorden, één met moderne, gangbare synoniemen daarvan en één met straattaalsynoniemen; ze moeten daarna aangeven welke van de drie varianten juist is.

3.Leerlingen lezen twee inhoudelijk identieke, correct geschreven teksten die enkel in woordkeuze en zinsbouw nogal afwijken; ze bepalen daarna welke van beide teksten het beste Nederlands bevat.

4.Leerlingen ordenen schematisch Nederlandse leenwoorden uit het Duits, het Spaans en het Russisch; ze bepalen daarna uit welke taal het Nederlands de meeste leenwoorden heeft.

Op deze pagina behandelen we vraag 39 van het centraal examen Nederlands vwo 2024 tijdvak 2. Deze vraag is onderdeel van Deel 3, en is 2 punten waard.

Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.

Daarnaast kun je:

  • Oude antwoorden terugzien
  • Extra uitleg vragen aan onze AI-hulp via de knop "Stel je vraag"
  • Klikken op de bijbehorende onderwerpen uit de examenroute om verdieping te vinden