De kern van een goed antwoord is:
vier van de volgende:
•Ze hebben literaire competenties (ontwikkeld). (alinea 10)
•Ze kunnen (via literatuur) betekenis geven aan de wereld. / gevoelens, relaties en maatschappelijke verhoudingen begrijpen. (alinea 11)
•Ze kunnen taal vinden voor gevoelens, relaties en maatschappelijke verhoudingen. (alinea 11)
•Ze hebben (bij het lezen van literatuur) een volwassen/ethische houding (ontwikkeld). (alinea 11)
•Ze kunnen zich identificeren met nieuwe personages. / Ze kunnen nieuwe/andere perspectieven en samenlevingsvormen verkennen. (alinea 12)
•Ze kunnen door identificatie (met nieuwe personages) hun persoonlijkheid vormen. / hun opvattingen toetsen. (alinea 12)
•Ze hebben (door het lezen van literatuur) empathie (ontwikkeld). (alinea 12)
•Ze ontwikkelen (door het lezen van literatuur) burgerschap. (alinea 12)
•Ze lezen (jeugd)literatuur. (alinea 12) Niet goed:
Ze lezen niet letterlijk. / Ze lezen niet belevend/herkennend.
\section*{indien vier elementen juist} indien drie elementen juist indien twee elementen juist indien minder dan twee elementen juist Beoordeel de spelling.