Welke twee van onderstaande zinnen en zinsgedeelten uit alinea 5 en 6 zijn door de auteur hoogstwaarschijnlijk humoristisch bedoeld? Noteer de nummers van de juiste antwoorden.
1."Er zijn aanwijzingen voor dat laatste." (regels 66-67)
2."Soms is dat inderdaad het geval." (regels 71-72)
3."het Turks kent evenmin een woordgeslacht" (regels 76-77)
4."hoe jammer dat wellicht vanuit emancipatoir perspectief ook is" (regels 93-94)
5."de rijkdom die onze taal al in zich draagt" (regels 100-101)
6."'Waarheid' is trouwens vrouwelijk." (regels 101-102)
