Welke drie van onderstaande uitspraken zijn het meest in overeenstemming met de inhoud en het doel van tekst 1?
Noteer de nummers.
Deze tekst
1.laat zien dat het weinig zinvol te noemen is om het verleden te gebruiken als basis voor analyse van het heden.
2.maakt duidelijk dat nuchterheid en reflectie van belang zijn tijdens onverwachte gebeurtenissen en de journalistieke weergave daarvan.
3.maakt duidelijk dat politieke beleidsmakers er per definitie geen baat bij hebben om te luisteren naar historici.
4.relativeert het belang van historische kennis door in te gaan op misvattingen en tegenvallende onderzoeksresultaten.
5.schetst een genuanceerd beeld van de auteurs en hun boek Thinking in Time.
6.zet vraagtekens bij pogingen tot duiding van het heden op basis van kennis van het verleden, zodat het belang van historische kennis wordt gerelativeerd.
