In alinea 5 worden twee zaken genoemd die strijdig zijn met elkaar. In de alinea's 6 en 7 geven bedrijfsleider Daan Veldhoen en docent Ilona de Hooge drie oplossingen voor die tegenstrijdigheid.
$\rightarrowWelke drie oplossingen zijn dat? Noteer de antwoorden in de uitwerkbijlage. Gebruik per oplossing maximaal 15 woorden.
