In alinea 2 worden twee vragen gesteld:
1.Waarom gooit iemand fastfoodafval uit het autoraampje?
2.Waarom laat iemand frietdoosjes en mayonaisebakjes op straat vallen, terwijl overal afvalbakken staan?
$\rightarrowCiteer het zinsgedeelte uit alinea 12 waarin deze vragen worden samengevat.
