Vraag 11
Met opgeheven hoofd je examens in
  • Oefen de examens van de afgelopen 8 jaar, met uitleg van docenten bij elke vraag
  • Extra uitleg en oefenen bij elk onderwerp uit je examen
  • Loop je vast? Ainstein, je AI-tutor, kijkt met je mee en helpt je verder
2 punten
Open vraag

In je zoektocht naar meer informatie kom je bron 4 en 5 tegen. Het valt je op dat in deze bronnen, net als in bron 3, verschillende benamingen voorbijkomen om jongeren te typeren. Deze benamingen lijken iets te zeggen over de manier waarop er tegen jongeren en hun werkmentaliteit wordt aangekeken. Je wilt in je beschouwing zorgvuldig omgaan met je eigen woordkeuze en je verdiept je daarom in deze benamingen.

Lees bron 4 en 5.

Uit welke van onderstaande benamingen uit bron 3, 4 en 5 blijkt een negatief oordeel over de houding van de huidige generatie werkende jongeren?

Noteer alleen de nummers van de negatieve benamingen.

1.klapstoelmedewerkers (bron 3, regel 13)

2.Generatie Z (eerste vermelding: bron 4, regel 12)

3.sneeuwvlokjes (bron 5, regel 4)

4.rubbertegelkinderen (bron 5, regel 4)

5.millennials (bron 5, regel 18)

Op deze pagina behandelen we vraag 11 van het centraal examen Nederlands havo 2026 tijdvak 1. Deze vraag is onderdeel van Deel 1 De werkmentaliteit van jongeren, en is 2 punten waard.

Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.

Daarnaast kun je:

  • Oude antwoorden terugzien
  • Extra uitleg vragen aan onze AI-hulp via de knop "Stel je vraag"
  • Klikken op de bijbehorende onderwerpen uit de examenroute om verdieping te vinden