“Hoe minder frictie er is, vermoed ik, hoe lager onze tolerantie ervoor wordt.” (tekst 2, regels 75-77)
De auteur van tekst 1 ervaart ook frictie tijdens lunchpauzes en lijkt ook minder tolerant voor frictie te zijn geworden.

“Hoe minder frictie er is, vermoed ik, hoe lager onze tolerantie ervoor wordt.” (tekst 2, regels 75-77)
De auteur van tekst 1 ervaart ook frictie tijdens lunchpauzes en lijkt ook minder tolerant voor frictie te zijn geworden.
Vat samen wat de frictie inhoudt die de auteur van tekst 1 tijdens lunchpauzes ervaart en leg uit waardoor de auteur minder tolerant is geworden voor die frictie. Baseer je antwoord op alinea 9 en 10 van tekst 1.
Geef antwoord in een of meer volledige zinnen. Gebruik in je antwoord de woorden 'frictie' en 'tolerant' en gebruik in totaal niet meer dan 50 woorden.
Op deze pagina behandelen we vraag 25 van het centraal examen Nederlands havo 2025 – tijdvak 1. Deze vraag is onderdeel van Overkoepelende vragen bij tekst 1 (Mijn ideale vriendin: de vlogger) en tekst 2 (De gedachteloosheid van de Gorillas-fiets), en is 2 punten waard.
Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.
Daarnaast kun je:
De onderwerpen bij deze vraag zijn: