Alinea 5 begint met een zelfstandige redenering, die valt weer te geven in het onderstaande schema.


Alinea 5 begint met een zelfstandige redenering, die valt weer te geven in het onderstaande schema.

Benoem van elke zin de functie die de zin binnen de redenering heeft.
Noteer daartoe onder elkaar de nummers 1 tot en met 4 en noteer daarachter het functiewoord dat het best past bij de zin.
Kies uit: conclusie, constatering, standpunt, tegenwerping, toegeving, verklaring, voorbeeld.
Elke functie komt maar een keer voor.
Op deze pagina behandelen we vraag 4 van het centraal examen Nederlands havo 2021 – tijdvak 3. Deze vraag is onderdeel van Tekst 1 Waarom gruwelplaatjes op sigarettenpakjes niet gaan werken, en is 3 punten waard.
Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.
Daarnaast kun je: