Les over Taalverzorging - Vergelijken
OB - Nederlands - C2 - Presentatie

Trappen van vergelijking: hoe gebruik je ze correct?
Leerdoelen
•Je kunt de drie trappen van vergelijking benoemen en correct vormen.
•Je kunt de spellingregels toepassen bij het maken van de trappen van vergelijking.
•Je kunt de woorden als en dan op de juiste manier gebruiken bij vergelijkingen.
•Je kunt moeilijke woorden uit deze paragraaf correct spellen.
De trappen van vergelijking
Als je twee of meer dingen met elkaar wilt vergelijken, gebruik je de trappen van vergelijking. Er zijn drie verschillende trappen:
•De stellende trap: Dit is de basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord. Je gebruikt deze vorm als er geen verschil is of als je iets gewoon beschrijft. Voorbeeld: Samir is aardig.
•De vergrotende trap: Deze vorm gebruik je om twee dingen met elkaar te vergelijken waarbij de één meer van een eigenschap heeft dan de ander. Je maakt de vergrotende trap meestal door -er achter het woord te zetten. Voorbeeld: Marco is aardiger.
•De overtreffende trap: Deze vorm geeft aan dat iets de hoogste mate van een eigenschap bezit. Je maakt de overtreffende trap meestal door -st achter het woord te zetten. Voorbeeld: Asli is het aardigst.
Spellingregels en uitzonderingen
Bij het maken van de trappen van vergelijking moet je goed letten op de spelling. Soms verandert het woord namelijk een beetje:
•Klinkers aanpassen: Soms moet je een letter weghalen of toevoegen om de klank goed te houden, zoals bij groot - groter - grootst of gek - gekker - gekst.
•Medeklinkers veranderen: Soms verandert een letter aan het einde van het woord, zoals bij vies - viezer - viest of lief - liever - liefst.
•Woorden op -r: Woorden die eindigen op een -r krijgen in de vergrotende trap -der in plaats van alleen -er, zoals bij stoer - stoerder - stoerst of dapper - dapperder - dapperst.
Onregelmatige trappen van vergelijking
Sommige woorden veranderen helemaal wanneer je er de trappen van vergelijking van maakt. Deze onregelmatige vormen moet je uit je hoofd leren:
Stellende trap | Vergrotende trap | Overtreffende trap |
|---|---|---|
goed | beter | best |
graag | liever | liefst |
veel | meer | meest |
weinig | minder | minst |
Het gebruik van als en dan
Bij het maken van vergelijkingen worden vaak de woordjes als en dan gebruikt. Het is belangrijk om deze niet te verwarren:
•Het woord als gebruik je na de stellende trap. Dit doe je wanneer de dingen die je vergelijkt gelijk aan elkaar zijn. Je herkent dit vaak aan combinaties zoals net zo ... als of even ... als. Voorbeeld: Mara kan net zo snel fietsen als ik.
•Het woord dan gebruik je na de vergrotende trap. Dit doe je wanneer er een verschil is tussen de dingen die je vergelijkt. Voorbeeld: Remco kan sneller fietsen dan ik.
Moeilijke woorden spellen
In dit hoofdstuk leer je ook een aantal moeilijke woorden correct te spellen. Let goed op de spelling van de volgende woorden:
•apparaat
•cirkel
•februari
•interessant
•interview
•januari
•misschien
•nieuwsgierig
•onmiddellijk
•rapport
•stiekem
•vakantie
•verrassing
•verschrikkelijk
•wanneer