Les over Woordenschat - Samenstellingen
Samenstellingen

Wat zijn samenstellingen en hoe bepaal je de betekenis?
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen wat een samenstelling is en hoe deze is opgebouwd.
•Je kunt de betekenis van een samenstelling achterhalen door naar de afzonderlijke delen te kijken.
•Je kunt uitleggen hoe de volgorde van woorden in een samenstelling de betekenis verandert.
•Je kunt de betekenis van belangrijke woordenschatwoorden en uitdrukkingen over tijd en prijs verklaren.
Wat is een samenstelling?
Een samenstelling is een woord dat bestaat uit twee of meer losse woorden die samen een nieuw woord vormen. In het Nederlands schrijven we deze woorden zoveel mogelijk aan elkaar. Het laatste woord van een samenstelling is altijd het belangrijkste deel. Dit woord bepaalt de basisbetekenis van de hele samenstelling. Het eerste deel geeft extra informatie over dat laatste woord. Kijk maar naar de volgende voorbeelden:
•Een winterjas is een soort jas: een jas die je speciaal in de winter draagt.
•Een leesbril is een soort bril: een bril die je gebruikt om te kunnen lezen.
Betekenis achterhalen met het woordenboek
Soms kom je een samenstelling tegen waarvan je de betekenis niet direct weet, en staat het hele woord niet in het woordenboek. Je kunt de betekenis dan achterhalen door de losse woorden op te zoeken en deze te combineren. Bijvoorbeeld: in de zin "Bij de meeste pretparken krijg je groepsreductie" staat de samenstelling groepsreductie. Als je dit woord niet kent, zoek je het belangrijkste deel op: reductie. In het woordenboek zie je dat reductie 'korting' betekent. Een groepsreductie is dus simpelweg een korting die geldt voor een groep.
De volgorde van woorden in een samenstelling
De volgorde van de woorden in een samenstelling is heel belangrijk. Als je de woorden omdraait, verandert de betekenis van het woord volledig. Het laatste woord blijft immers het belangrijkste deel dat de betekenis bepaalt.
Samenstelling | Betekenis | Omgekeerde samenstelling | Betekenis |
|---|---|---|---|
tegelvloer | Een vloer die gemaakt is van tegels. | vloertegel | Een losse tegel die bedoeld is om op de vloer te leggen. |
autorace | Een race waarin met auto's wordt gestreden. | raceauto | Een auto die speciaal gebouwd is om mee te racen. |
kraanwater | Water dat rechtstreeks uit de kraan komt. | waterkraan | De kraan waar het water uit stroomt. |
huishuur | De huurprijs die je betaalt voor een huis. | huurhuis | Een huis dat je huurt van een ander. |
Belangrijke woordenschat
Bij het lezen en begrijpen van teksten kom je verschillende belangrijke woorden tegen. Hieronder vind je de betekenissen van deze woorden:
•creatief zijn: Goed zijn in het bedenken van nieuwe, originele of mooie dingen.
•verzinnen: Iets in je hoofd bedenken wat nog niet bestaat.
•produceren: Het maken of opwekken van producten of energie.
•schadelijk: Slecht of nadelig voor de gezondheid of de omgeving.
•milieu: De leefomgeving om ons heen, bestaande uit het water, de grond en de lucht.
•tegelijkertijd: Op exact hetzelfde moment.
•uitbreiden: Iets groter maken of in aantal doen toenemen.
•aanbrengen: Iets op of in een bepaalde plaats aanmaken of bevestigen.
•omzetten: Iets veranderen in een andere vorm of functie (zoals beweging omzetten in elektriciteit).
•tijdelijk: Niet voor altijd, maar voor een bepaalde, korte tijd.
•openbaar: Toegankelijk voor iedereen; iets waar iedereen gebruik van mag maken.
•evenement: Een georganiseerde gebeurtenis die bedoeld is voor een grote groep mensen, zoals een festival.
•aantonen: Met bewijzen laten zien dat iets echt zo is.
•redelijk: Behoorlijk of nogal.
•vrijwel: Bijna helemaal.
Nederlandse uitdrukkingen
In het Nederlands gebruiken we veel vaste uitdrukkingen. Deze hebben een figuurlijke betekenis die je niet letterlijk kunt nemen.
Uitdrukkingen over kopen en gevoelens
•voor een zacht prijsje: Iets kopen of verkopen voor heel weinig geld.
•in de wolken zijn: Heel erg blij, gelukkig of tevreden zijn met iets.
•te koop lopen met: Iets heel nadrukkelijk en trots aan iedereen laten zien, vaak op een opschepperige manier.
•uit je vel springen: Heel erg boos of driftig worden.
•een kat in de zak kopen: Een miskoop doen; iets kopen dat achteraf heel erg tegenvalt of kapot blijkt te zijn.
Uitdrukkingen met het woord 'tijd'
•de tijd zal het leren: We zullen pas in de toekomst te weten komen hoe iets afloopt.
•van tijd tot tijd: Af en toe; niet constant maar met tussenpozen.
•de tijd doden: Iets gaan doen om de tijd sneller te laten gaan als je moet wachten of je verveelt.
•met je tijd meegaan: Je gedrag, spullen of ideeën aanpassen aan de moderne, nieuwe ontwikkelingen.
•zeeën van tijd hebben: Heel erg veel vrije tijd hebben.
•niet meer van deze tijd zijn: Heel erg ouderwets of achterhaald zijn.