Les over 5 Toekomst

Les over 5 Toekomst

Gemaakt door Ainstein
5 Toekomst
Deze video bestaat uit
  • TekstdoelenTekstdoelen
  • Tekstsoorten schrijvenTekstsoorten schrijven
  • Samenstellingen Samenstellingen
  • Bijvoeglijk naamwoordBijvoeglijk naamwoord
  • OB - Nederlands - C2 - PresentatieOB - Nederlands - C2 - Presentatie
Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 13:40
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Presenter poster
Onderwerpen in deze video
Meer informatie

Toekomst Nederlands: alles over lezen, spelling en e-mail

Leerdoelen

Je kunt de betrouwbaarheid van een tekst en de bron beoordelen.

Je kunt het belangrijkste tekstdoel van een tekst herkennen en benoemen.

Je kunt een formele en beleefde e-mail opbouwen en schrijven.

Je kunt de betrouwbaarheid van video- en audiofragmenten kritisch analyseren.

Je kunt op een vriendelijke en effectieve manier informatie vragen en controleren.

Je kunt de betekenis van samenstellingen achterhalen en opzoeken.

Je kunt bijvoeglijke naamwoorden en stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden correct spellen.

Je kunt lastige werkwoorden die beginnen met ge-, be-, ver-, ont-, her- of over- correct vervoegen.

Je kunt de trappen van vergelijking correct toepassen en de woorden als en dan juist gebruiken.

Je kunt moeilijke woorden uit dit hoofdstuk foutloos spellen.

Weet wat je leest (Leesvaardigheid)

Als je een tekst leest, is het belangrijk om kritisch te kijken naar de betrouwbaarheid en het doel van de tekst.

Bron en betrouwbaarheid

De bron is de plaats waar de tekst vandaan komt, zoals een krant, tijdschrift of website. Een tekst op een serieuze nieuwssite is doorgaans betrouwbaarder dan een bericht op sociale media zoals Facebook.

Tekstdoelen

Elke schrijver heeft een tekstdoel: het effect dat de schrijver bij de lezer wil bereiken. De belangrijkste tekstdoelen zijn:

Informeren: de schrijver wil dat je feiten leert (bijvoorbeeld in een nieuwsbericht of studieboek).

Amuseren: de schrijver wil je vermaken of raken (bijvoorbeeld met een spannend verhaal of gedicht).

Overtuigen: de schrijver wil dat je zijn of haar mening overneemt (bijvoorbeeld in een betoog of recensie).

Activeren: de schrijver wil dat je daadwerkelijk iets gaat doen (bijvoorbeeld in een advertentie of reclamefolder).

Opiniëren: de schrijver wil je laten nadenken over een onderwerp door verschillende meningen te tonen.

Feiten versus meningen

Een feit is objectief en controleerbaar (bijvoorbeeld de ingrediënten op de achterkant van een blik soep). Een mening is subjectief en persoonlijk (bijvoorbeeld de bewering op de voorkant van een product dat de soep lekker is). De voorkant van een product is vaak reclame, bedoeld om te overtuigen of te activeren, terwijl de achterkant feitelijke informatie biedt om te informeren.

Broodjeaapverhaal

Een broodjeaapverhaal is een verzonnen, sensationeel verhaal dat doorverteld wordt alsof het echt gebeurd is. Het doel hiervan is meestal om de lezer te amuseren, al wordt het soms per ongeluk als echt nieuws overgenomen.

Een e-mail schrijven

Als je een e-mail schrijft naar iemand die je niet kent, is het belangrijk om beleefd en zakelijk te blijven. Je gebruikt dan de beleefdheidsvorm u.

Stappenplan voor een beleefde e-mail

Volg deze stappen bij het schrijven van een formele e-mail:

1.Vul de onderwerpregel kort en duidelijk in, zodat de ontvanger meteen weet waar de e-mail over gaat.

2.Begin met een passende, formele aanhef gevolgd door een komma (bijvoorbeeld: Beste meneer Everink, of Geachte mevrouw of meneer,).

3.Spreek de ander consequent aan met u.

4.Leg in de inleiding kort uit wie je bent en waarom je schrijft.

5.Formuleer je vraag of verzoek helder en beleefd in het middenstuk.

6.Sluit af met een nette slotzin (bijvoorbeeld: Alvast bedankt voor de moeite.).

7.Eindig met een formele groet gevolgd door een komma en je voor- en achternaam (bijvoorbeeld: Met vriendelijke groet, Imre de Groot).

8.Voeg indien nodig je contactgegevens, zoals je telefoonnummer, onder je naam toe.

Weet wat je ziet en hoort (Kijken en luisteren)

Informatie die je via radio, televisie of internet ontvangt, is niet altijd volledig of betrouwbaar. Let bij het bekijken of beluisteren van fragmenten op de volgende punten:

Herkomst: Waar komt het fragment vandaan? Het journaal op televisie is betrouwbaarder dan een anonieme vlog op internet.

Spreker: Wie vertelt het? Een deskundige heeft verstand van zaken en baseert zich op feiten. Een leek of vlogger deelt vaak vooral een persoonlijke mening.

Doel: Waarom wordt het verteld? Een journalist wil informeren met feiten, terwijl een reclamemaker of vlogger vaak wil activeren of amuseren en de werkelijkheid mooier maakt.

Informatie vragen (Spreken en gesprekken)

Soms moet je in een gesprek informatie vragen, bijvoorbeeld aan een winkelier of je mentor. Het is belangrijk dat je na afloop de juiste gegevens hebt verkregen.

Richtlijnen voor het vragen van informatie

Bedenk vooraf wat je precies wilt weten en schrijf je belangrijkste vragen op.

Ga doorvragen als het antwoord onduidelijk of onvolledig is (vraag bijvoorbeeld door naar garantietermijnen of specifieke voorwaarden).

Blijf altijd vriendelijk en beleefd, ook als je geen duidelijk antwoord krijgt.

Controleer of je de informatie goed hebt begrepen door de kern kort in eigen woorden te herhalen (bijvoorbeeld: "Dus als ik het goed begrijp, dan...").

Woordenschat: Samenstellingen en uitdrukkingen

Het vergroten van je woordenschat helpt je om teksten beter te begrijpen en jezelf beter uit te drukken.

Samenstellingen

Een samenstelling is een nieuw woord dat is gevormd door twee of meer bestaande woorden samen te voegen. Het laatste woord van de samenstelling is het belangrijkste deel en bepaalt de betekenis (een leesbril is een soort bril).

Spellingregels voor samenstellingen

In het Nederlands schrijven we samenstellingen zoveel mogelijk aan elkaar. Het onterecht los schrijven van samenstellingen met spaties noemen we de Engelse ziekte.

Klinkerbotsing: Als klinkers naast elkaar staan en verkeerd uitgesproken kunnen worden, gebruik je een koppelteken (bijvoorbeeld: placebo-effect, radio-uitzending).

Afkortingen: Gebruik een koppelteken als je de afkorting als losse letters uitspreekt (tv-programma), maar schrijf het aan elkaar als je het als één woord uitspreekt (ledlamp).

Tussen-s: Als je een s-klank hoort tussen de delen, schrijf je deze ook (weersverwachting, stationsstraat).

Tussen-e of -en: Je schrijft -en als het eerste deel alleen een meervoud op -en heeft (berenvel). Je schrijft -e als het eerste deel geen meervoud heeft, uniek is (zonnesteek), of als het eerste deel een werkwoord of bijvoeglijk naamwoord is (brekebeen).

Uitdrukkingen over tijd en geld

In dit hoofdstuk leer je verschillende vaste uitdrukkingen. Hieronder staat een overzicht van de uitdrukkingen en hun betekenis:

Uitdrukking
Betekenis
Voor een zacht prijsje
Heel goedkoop
In de wolken zijn
Heel blij of verrukt zijn
Te koop lopen met
Overal laten zien of opscheppen over iets
Uit je vel springen
Heel erg boos worden
Een kat in de zak kopen
Een miskoop doen
De tijd zal het leren
Later zullen we weten hoe het afloopt
Van tijd tot tijd
Af en toe
De tijd doden
Iets doen om de tijd te passeren als je moet wachten
Met je tijd meegaan
Je aanpassen aan nieuwe ontwikkelingen en moderne dingen
Zeeën van tijd hebben
Heel erg veel tijd over hebben
Niet meer van deze tijd zijn
Heel erg ouderwets of achterhaald zijn

Taalverzorging spelling: Bijvoeglijk naamwoord

Een bijvoeglijk naamwoord vertelt iets over een zelfstandig naamwoord. Het beschrijft een eigenschap of toestand.

Korte en lange vorm

Bijvoeglijke naamwoorden hebben meestal een korte vorm (mooi) en een lange vorm (mooie). Bij het maken van de lange vorm verandert er soms iets in de spelling:

Korte klinker wordt open lettergreep: rood → rode.

Verdubbeling van de medeklinker bij een korte klank: tof → toffe.

De f verandert in een v: doof → dove, lief → lieve.

De s verandert in een z: vies → vieze, boos → boze.

Stoffelijk bijvoeglijk naamwoord

Een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord geeft aan van welk materiaal een voorwerp is gemaakt.

Bijvoeglijke naamwoorden van natuurlijke stoffen eindigen altijd op -en (bijvoorbeeld: een houten bank, een wollen trui, een gouden horloge, een stenen beeld).

Bijvoeglijke naamwoorden van door mensen gemaakte kunststoffen of moderne materialen krijgen geen extra letters (bijvoorbeeld: een plastic fles, een aluminium blikje, een nylon tent).

Taalverzorging spelling: Lastige werkwoorden

Sommige werkwoorden zijn lastig te spellen omdat de persoonsvorm tegenwoordige tijd en het voltooid deelwoord hetzelfde klinken, maar anders worden geschreven. Dit gebeurt vaak bij werkwoorden die beginnen met de voorvoegsels ge-, be-, ver-, ont-, her- of over-.

Persoonsvorm tegenwoordige tijd (pvtt)

De persoonsvorm spel je volgens de basisregels van de tegenwoordige tijd:

Onderwerp is ik of jij achter het werkwoord: ik-vorm (stam).

Onderwerp is jij (vóór het werkwoord), hij, zij, het, u of een enkelvoudig zelfstandig naamwoord: ik-vorm + t.

Voltooid deelwoord (vd)

Om te bepalen of een voltooid deelwoord op een -d of een -t eindigt, maak je het woord langer (bijvoorbeeld: verhuist → verhuisde, dus het voltooid deelwoord is verhuisd). Je kunt ook de regel van 't kofschip/fokschaap toepassen op de stam van het hele werkwoord.

Overzicht van lastige werkwoorden

Hele werkwoord
Persoonsvorm tegenwoordige tijd (onderwerp: hij/zij)
Voltooid deelwoord
verdienen
verdient
verdiend
beantwoorden
beantwoordt
beantwoord
gebeuren
gebeurt
gebeurd
verhuizen
verhuist
verhuisd
bestellen
bestelt
besteld
herhalen
herhaalt
herhaald
overleggen
overlegt
overlegd

Taalverzorging formuleren: Vergelijken (Trappen van vergelijking & als/dan)

Als je twee of meer dingen met elkaar vergelijkt, gebruik je de trappen van vergelijking en de voegwoorden als of dan.

De trappen van vergelijking

Er zijn drie trappen:

1.De stellende trap: de basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord (bijvoorbeeld: aardig, schoon).

2.De vergrotende trap: meestal gevormd door -er achter het woord te zetten (bijvoorbeeld: aardiger, schoner).

3.De overtreffende trap: gevormd door -st achter het woord te zetten (bijvoorbeeld: aardigst, schoonst).

Uitzonderingen en spellingregels

Woorden die eindigen op een -r krijgen -der in de vergrotende trap (bijvoorbeeld: stoer → stoerder).

Woorden die eindigen op een -s krijgen alleen een -t in de overtreffende trap (bijvoorbeeld: wijs → wijst).

Woorden die eindigen op -st krijgen het woord meest ervoor om uitspraakproblemen te voorkomen (bijvoorbeeld: woest → meest woest).

Onregelmatige trappen: Sommige woorden veranderen volledig:

goed → beter → best

graag → liever → liefst

veel → meer → meest

weinig → minder → minst

Het gebruik van als en dan

Het is een veelgemaakte fout om deze twee woorden te verwarren bij een vergelijking.

Gebruik als na een stellende trap (bij een gelijkheid): even groot als, net zo snel als.

Gebruik dan na een vergrotende trap (bij een ongelijkheid): groter dan, sneller dan, ouder dan.

Toepassingstip: Om te weten welk persoonlijk voornaamwoord er na als of dan moet staan, maak je de zin in gedachten langer (bijvoorbeeld: Kiara is ouder dan hij (is), niet: ouder dan hem).

Moeilijke woorden

In dit hoofdstuk is het belangrijk dat je de spelling van de volgende moeilijke woorden goed uit je hoofd leert:

apparaat

cirkel

februari

interessant

interview

januari

misschien

nieuwsgierig

onmiddellijk

rapport

stiekem

vakantie

verrassing

verschrikkelijk

wanneer