Les over Taalverzorging - Samengestelde zinnen
Hoofd- en bijzin
Voegwoord

Wat is een samengestelde zin en hoe herken je deze?
Leerdoelen
•Je kunt het verschil tussen een losse zin en een samengestelde zin uitleggen.
•Je kunt de persoonsvormen en onderwerpen in een samengestelde zin identificeren.
•Je kunt de functie van een voegwoord uitleggen en voegwoorden in zinnen herkennen.
•Je kunt uitleggen op welke posities een voegwoord in een samengestelde zin kan staan.
•Je kunt het verschil herkennen tussen een samengestelde zin en een zin met een opsomming of keuze.
Losse zinnen versus samengestelde zinnen
In de Nederlandse taal maken we onderscheid tussen losse zinnen en samengestelde zinnen. Een losse zin (ook wel een enkelvoudige zin genoemd) bevat slechts één onderwerp en één persoonsvorm. Een samengestelde zin bestaat uit twee of meer losse zinnen die aan elkaar zijn geplakt. Een samengestelde zin heeft daarom altijd minstens twee persoonsvormen en twee onderwerpen.
Losse zinnen | Samengestelde zinnen |
|---|---|
Marloes neemt drinken mee. Levi zorgt voor de broodjes. | Marloes neemt drinken mee en Levi zorgt voor de broodjes. |
Ik maak mijn huiswerk. Ik luister naar Spotify. | Ik maak mijn huiswerk, terwijl ik naar Spotify luister. |
Mijn fietsband is lek. Ik loop naar huis. | Omdat mijn fietsband lek is, loop ik naar huis. |
Het voegwoord
Om van losse zinnen een samengestelde zin te maken, gebruik je een voegwoord. Een voegwoord is een woord waarmee je zinnen aan elkaar plakt en het verband tussen deze zinnen duidelijk maakt. Veelvoorkomende voegwoorden zijn: en, terwijl, omdat, zodat, nadat, als, toen, want, maar, of en dus.
De positie van het voegwoord
Een voegwoord hoeft niet altijd in het midden van een samengestelde zin te staan. Er zijn twee mogelijkheden voor de positie van het voegwoord:
•Tussen de twee zinnen: Het voegwoord verbindt de zinnen in het midden. Bijvoorbeeld: Ik hockey op dinsdag en ik tennis op vrijdag.
•Vooraan de zin: Het voegwoord staat helemaal aan het begin van de samengestelde zin. Bijvoorbeeld: Omdat Marvin ziek is, speelt Chris met ons mee.
Persoonsvormen en onderwerpen vinden
In een samengestelde zin hoort bij elke persoonsvorm een eigen onderwerp. Je kunt deze zinsdelen als volgt stap voor stap vinden:
1.Vind de persoonsvormen: De persoonsvorm is een werkwoord. Je vindt deze eenvoudig door de zin in een andere tijd (verleden of tegenwoordige tijd) te zetten. Het werkwoord dat verandert, is de persoonsvorm.
2.Vind de onderwerpen: Het onderwerp vind je door de vraag te stellen: wie of wat + persoonsvorm?
Neem bijvoorbeeld de zin: Mijn computer is traag en de printer loopt steeds vast.
•In het eerste deel is is de persoonsvorm (verandert in was) en mijn computer het onderwerp (wie of wat is traag?).
•In het tweede deel is loopt de persoonsvorm (verandert in liep) en de printer het onderwerp (wie of wat loopt vast?).
Let op: niet elke zin met 'en' of 'of' is samengesteld
Het is belangrijk om goed te controleren of een zin daadwerkelijk samengesteld is. Soms bevat een zin de woorden en of of, maar is het toch een losse zin. Dit gebeurt wanneer deze woorden alleen een opsomming of keuze tussen losse woorden of zinsdelen aangeven, zonder dat er een extra persoonsvorm in de zin staat.
•Wel samengesteld: Wil je een glas cola of drink je liever iets zonder prik? (Er zijn twee persoonsvormen: wil en drink).
•Niet samengesteld: Jonas kan alleen op maandag of dinsdag langskomen. (Er is maar één persoonsvorm: kan).