Les over 6 Doelen

Les over 6 Doelen

Gemaakt door Ainstein
6 Doelen
Deze video bestaat uit
  • Samenstellingen Samenstellingen
Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 06:54
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Presenter poster
Onderwerpen in deze video
Meer informatie

Doelen: lay-out, beeldgebruik, overleg en spelling

Leerdoelen

Je kunt uitleggen welke functies afbeeldingen in een tekst en video hebben.

Je kunt de lay-out van een tekst gebruiken om deze beter te begrijpen.

Je kunt bepalen hoe je beeldmateriaal effectief inzet en afwisselt tijdens een presentatie.

Je kunt de regels voor een succesvol overleg en gezamenlijke besluitvorming toepassen.

Je kunt moeilijke woorden, figuurlijk taalgebruik, ironie en overdrijvingen in een tekst herkennen en begrijpen.

Je kunt bepalen of je woorden los of aan elkaar (als samenstelling) moet schrijven en hierbij de juiste spellingregels toepassen.

Je kunt een tekst systematisch controleren op spelling-, grammatica- en interpunctiefouten om foutloos te schrijven.

Lay-out van een tekst en de functie van afbeeldingen

De lay-out is de uiterlijke opmaak of vormgeving van een tekst. Een goede lay-out helpt de lezer om de structuur van een tekst snel te doorgronden en de inhoud beter te begrijpen. De belangrijkste onderdelen die de lay-out bepalen zijn:

De titel: de hoofdtekst bovenaan die het onderwerp van de tekst introduceert.

De tussenkopjes: korte titels boven alinea's of tekstblokken die aangeven waar de volgende alinea over gaat.

Het lettertype en de lettergrootte: de stijl en grootte van de letters, die gebruikt kunnen worden om belangrijke zaken te benadrukken.

Het gebruik van kolommen: verticale tekstblokken die de leesbaarheid vergroten.

De tekstkleur: kleuren die gebruikt worden om structuur aan te brengen of de aandacht te trekken.

Schrijvers gebruiken vaak verschillende soorten afbeeldingen om hun tekst te ondersteunen, zoals foto's, tekeningen, schema's, landkaarten, tabellen, grafieken en diagrammen. Een afbeelding kan in een tekst verschillende functies hebben:

Aandacht trekken: de lezer nieuwsgierig maken zodat deze de tekst gaat lezen.

Nieuwe informatie toevoegen: gegevens tonen die niet in de lopende tekst staan.

Informatie verduidelijken of benadrukken: een ingewikkeld concept uit de tekst visueel uitleggen of extra kracht bijzetten.

De lezer aansporen: de lezer overhalen om direct actie te ondernemen, zoals het downloaden van een app of het kopen van een product.

Beeldgebruik in presentaties en video's

Beeldmateriaal speelt een cruciale rol bij het overbrengen van informatie, zowel tijdens een mondelinge presentatie als in video's en televisieprogramma's.

Beeld bij een presentatie gebruiken

Bij het geven van een presentatie ondersteun je je verhaal vaak met een digitale presentatie (zoals PowerPoint). Op de dia's zet je de belangrijkste informatie in korte steekwoorden. Een goede presentatie heeft een vaste structuur:

1.Een introductiedia waarop je het onderwerp presenteert.

2.Een dia die de opbouw (de inhoudsopgave) van je presentatie laat zien.

3.Per deelonderwerp één specifieke dia.

4.Een slotdia die duidelijk maakt dat de presentatie is afgelopen.

Op je dia's wissel je bij voorkeur twee soorten beeld af:

Beeld om de aandacht te trekken, zoals opvallende of grappige foto's.

Beeld om informatie duidelijker te maken, zoals een grafiek, landkaart of een kort videofragment.

Zorg er altijd voor dat je dia's rustig blijven en in één consistente stijl zijn opgemaakt. Gebruik dus niet te veel verschillende kleuren, lettertypen of lettergroottes.

Functie van beelden in video's

Makers van video's en televisieprogramma's kiezen hun beelden zorgvuldig, omdat beelden vaak meer impact hebben dan gesproken tekst. Beelden in video's hebben drie hoofdfuncties:

Verduidelijken wat wordt gezegd: de beelden laten letterlijk zien wat de stem (voice-over) vertelt, bijvoorbeeld hoe je een handeling uitvoert.

Nieuwe informatie toevoegen: de beelden tonen details die niet hardop worden ingesproken, zoals de exacte omvang van schade na een natuurramp.

Gevoelens oproepen: beelden roepen emoties op bij de kijker, zoals medeleven bij het zien van een zielig dier, waardoor de kijker sneller geneigd is om te helpen of te doneren.

Overleggen en besluiten nemen

Als je samenwerkt aan een project, is goed overleg essentieel. Tijdens een overleg wissel je ideeën uit en neem je gezamenlijk beslissingen. Om een overleg soepel te laten verlopen, kies je vooraf een voorzitter die de leiding neemt en zorgt dat iedereen aan de beurt komt.

Zo overleg je en neem je een besluit

Volg tijdens een overleg deze stappen en regels:

1.Laat alle deelnemers een voor een hun idee of voorgestelde oplossing uitleggen. Iedereen moet hierop kunnen reageren.

2.Als de meningen verschillen, zoek dan samen naar de beste oplossing. Als er geen consensus is, kies dan de oplossing waar de meeste mensen achter staan.

3.Houd rekening met elkaar: iedereen in het overleg is even belangrijk.

4.Verdeel taken eerlijk: zorg dat niet één persoon alle minder leuke klusjes krijgt.

5.Wees bereid om toe te geven: je kunt niet altijd je zin krijgen.

6.Blijf altijd beleefd en respectvol naar elkaar toe.

Begrijpend lezen en woordenschat

Om een tekst goed te begrijpen, moet je actief lezen en kritisch kijken naar het taalgebruik van de schrijver.

Strategieën voor tekstbegrip

Gebruik de volgende leesstrategieën om de inhoud van een tekst volledig te doorgronden:

Moeilijke woorden achterhalen: zoek de betekenis van onbekende woorden in de tekst zelf door te letten op synoniemen, omschrijvingen, voorbeelden, tegenstellingen of bekende woorddelen. Gebruik zo nodig een woordenboek.

Officiële taal ontcijferen: focus op de belangrijkste woorden in formele of officiële teksten om de exacte boodschap te begrijpen.

Figuurlijk taalgebruik herkennen: ga na of de schrijver een uitdrukking of beeldspraak letterlijk bedoelt of dat er een figuurlijke betekenis achter zit.

Woorden met meerdere betekenissen onderscheiden: bepaal op basis van de context welke betekenis van een woord in de tekst past.

Overdrijving en ironie doorzien: stel vast of de schrijver iets bewust groter of mooier maakt dan het is, of dat de schrijver juist het tegenovergestelde bedoelt van wat er staat (ironie).

Belangrijke begrippen en woorden

De volgende woorden en uitdrukkingen zijn essentieel voor dit hoofdstuk:

onbetrouwbaar: niet te vertrouwen of niet accuraat (bijvoorbeeld het menselijk geheugen).

uiterlijk: de buitenkant of hoe iemand of iets eruitziet.

razendsnel: met een enorm hoge snelheid; heel erg snel.

verschil van dag en nacht: een figuurlijke uitdrukking die een zeer groot, overduidelijk verschil aanduidt.

in de aap gelogeerd: een uitdrukking die betekent dat je in een vervelende of benarde situatie bent beland.

exotisch: afkomstig uit een vreemd, ver of tropisch land.

benarde situatie: een moeilijke, gevaarlijke of onaangename omstandigheid.

illegaal: in strijd met de wet; onwettig.

verhandelen: het kopen en verkopen van goederen of diensten.

bij de wortels aanpakken: een probleem grondig oplossen door de diepere oorzaak ervan weg te nemen.

op adem komen: tot rust komen en herstellen na een inspanning of stressvolle periode.

permanent: blijvend; voor altijd voortdurend.

urgent: dringend; vereist onmiddellijke actie of aandacht.

quarantaine: een tijdelijke, gedwongen afzondering van mens of dier om de verspreiding van infecties of ziektes te voorkomen.

solitair: eenzaam of alleenlevend; niet in groepsverband levend.

gehuisvest: voorzien van onderdak of huisvesting.

doorspitten: grondig doorzoeken of nauwkeurig bestuderen.

cartridges: verwisselbare inktpatronen voor een printer.

opstandig: geneigd tot verzet; ongehoorzaam of rebels.

entertainment: amusement of vermaak voor een publiek.

aspecten: verschillende kanten, kenmerken of onderdelen van een bepaalde zaak.

pleiten voor: met argumenten verdedigen of zich uitspreken vóór een bepaald standpunt of doel.

bepalen: vaststellen, beslissen of voorschrijven.

Spelling: Woorden aan elkaar of los (Samenstellingen)

In het Nederlands schrijven we woorden die samen één begrip vormen aan elkaar. Dit noemen we een samenstelling. Het onterecht los schrijven van samenstellingen met spaties wordt ook wel de Engelse ziekte genoemd, omdat in het Engels samenstellingen wel met spaties worden geschreven.

Wanneer schrijf je woorden aan elkaar?

Schrijf woorden in de volgende gevallen altijd aan elkaar:

Samenstellingen van zelfstandige naamwoorden: wanneer twee of meer zelfstandige naamwoorden samen één nieuw begrip vormen (bijv. vliegtuigstoel, winterjas, dierenvoer).

Samengestelde werkwoorden: werkwoorden die beginnen met een voorzetsel of bijwoord (bijv. opschrijven, nakijken, terugsturen, ophalen, tekortkomen, gebruikmaken).

Samenstellingen met bijvoeglijke naamwoorden: wanneer een bijvoeglijk naamwoord een ander woord versterkt of ermee versmelt (bijv. supertof, langeafstandsloper).

Gebruik van het koppelteken (streepje)

Soms gebruik je in een samenstelling een koppelteken (streepje) om de leesbaarheid te vergroten of om spellingfouten te voorkomen:

Klinkerbotsing: wanneer klinkers van de verschillende woorddelen naast elkaar staan en verkeerd uitgesproken kunnen worden (bijv. placebo-effect, radio-uitzending). Er is geen sprake van klinkerbotsing bij de combinaties ao, ea, eo, io, oe, ui, yi, yu, of wanneer het eerste deel eindigt op een i-klank.

Samenstellingen met afkortingen: als je de afkorting als losse letters uitspreekt, gebruik je een koppelteken (bijv. tv-programma). Als je de afkorting als één woord uitspreekt, schrijf je het aan elkaar (bijv. ledlamp).

Samenstellingen met cijfers: je mag een koppelteken gebruiken of de woorden los schrijven (bijv. 1-aprilgrap of 1 aprilgrap).

Samenstellingen met woordgroepen: als een hele woordgroep deel uitmaakt van de samenstelling, verbind je alle delen met koppeltekens (bijv. 2-onder-1-kapwoning, winst-en-verliesrekening).

Gelijkwaardige delen: als de delen van de samenstelling even belangrijk zijn (bijv. café-restaurant, zwart-witfoto).

Samenstellingen met namen: deze schrijf je aan elkaar, tenzij het eerste deel een woordgroep met een spatie is (bijv. TikTokfilmpje, maar Tweede Kamerlid).

Tussenletters in samenstellingen

Soms voeg je tussen de delen van een samenstelling een extra letter of letters toe voor de uitspraak:

Tussenletter s: als je bij de uitspraak een s-klank hoort, schrijf je deze ook (bijv. weersverwachting, stationsstraat).

Tussenletters e en en:

Gebruik e als het eerste deel geen meervoud heeft of verwijst naar iets unieks (bijv. zonnesteek); als het eerste deel een zelfstandig naamwoord is met een meervoud op zowel -en als -s (bijv. gedachtewisseling); of als het eerste deel geen zelfstandig naamwoord is of een bijvoeglijk naamwoord versterkt (bijv. beregoed).

Gebruik en als het eerste deel uitsluitend een meervoud op -en heeft (bijv. berenvel).

Schrijven zonder fouten

Een foutloze tekst is van groot belang bij het schrijven van verslagen, brieven of examens. Dit vergroot je betrouwbaarheid en zorgt dat je boodschap helder overkomt.

Richtlijnen voor een foutloze tekst

Houd je bij het schrijven en controleren van je tekst aan de volgende regels:

Houd je zinnen kort en bondig. Te lange en ingewikkelde zinnen leiden snel tot grammatica- en stijlfouten.

Controleer systematisch op slordigheden:

Ben je letters vergeten of heb je letters per ongeluk omgewisseld?

Heb je alle samenstellingen correct aan elkaar geschreven?

Beginnen alle zinnen en eigennamen met een hoofdletter?

Staan alle leestekens (zoals punten, komma's en vraagtekens) op de juiste plek?

Controleer de werkwoordspelling nauwkeurig met behulp van de spellingsregels (zoals het kofschip/fokschaap).

Gebruik de automatische spellingcontrole van je computer of telefoon, maar vertrouw hier niet blindelings op; deze herkent niet alle fouten (zoals fouten in de context, bijvoorbeeld 'na' in plaats van 'naar').

Laat je tekst altijd door iemand anders nalezen op taal- en spelfouten voordat je deze definitief inlevert.