Les over Taalverzorging - Voltooid deelwoord
Werkwoordspelling overige werkwoordsvormen

Voltooid deelwoord spellen: hoe schrijf je dit goed?
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen wat een voltooid deelwoord is en hoe je dit herkent in een zin.
•Je kunt het voltooid deelwoord van sterke en zwakke werkwoorden correct spellen.
•Je kunt het verschil in spelling uitleggen tussen een persoonsvorm en een voltooid deelwoord dat hetzelfde klinkt.
Wat is een voltooid deelwoord?
Een voltooid deelwoord (vd) is een werkwoordsvorm die aangeeft dat een handeling of gebeurtenis is afgelopen of voltooid. Het staat bijna nooit alleen in de zin. Meestal komt het voor in combinatie met een hulpwerkwoord (zoals hebben, zijn of worden). Dit hulpwerkwoord heeft de functie van de persoonsvorm (pv).
Voorbeeldzin | Persoonsvorm (pv) | Voltooid deelwoord (vd) |
|---|---|---|
Het vliegtuig is op Schiphol geland. | is | geland |
Robin heeft geen straf gekregen. | heeft | gekregen |
Hoe schrijf je het voltooid deelwoord?
Bij het schrijven van een voltooid deelwoord geldt de hoofdregel: schrijf het woord altijd zo kort mogelijk. Hoe je het einde van het woord schrijft, hangt af van het soort werkwoord:
•Sterke werkwoorden: Dit zijn werkwoorden die van klank veranderen in de verleden tijd (zoals blijven - bleef). Het voltooid deelwoord hiervan eindigt meestal op -en. Voorbeelden hiervan zijn: gebleven en gesprongen.
•Zwakke werkwoorden: Dit zijn werkwoorden die niet van klank veranderen (zoals snappen - snapte). Het voltooid deelwoord hiervan eindigt op een -t of een -d.
Om te bepalen of een zwak werkwoord op een -t of een -d eindigt, kun je het woord langer maken. Je hoort dan welke letter je moet schrijven:
•gesnapt, want je zegt ook: de gesnapte dief (je hoort een t).
•geschild, want je zegt ook: de geschilde aardappel (je hoort een d).
Je kunt hiervoor ook de regel van 't kofschip gebruiken. Als de medeklinker van de stam van het hele werkwoord in 't kofschip zit, schrijf je een -t. Zit de letter er niet in, dan schrijf je een -d.
Het voorvoegsel ge-
Vaak begint een voltooid deelwoord met het voorvoegsel ge- (zoals in geschreven of gewaaid). Soms staat dit voorvoegsel midden in het woord, bijvoorbeeld bij scheidbare werkwoorden zoals opengemaakt.
Persoonsvorm of voltooid deelwoord?
Sommige werkwoorden beginnen al met een voorvoegsel zoals ge-, ver-, be-, ont-, her- of over-. Bij deze werkwoorden zet je er in het voltooid deelwoord geen extra ge- voor. Hierdoor klinken de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd (pv tt) en het voltooid deelwoord (vd) precies hetzelfde. Je schrijft ze echter meestal verschillend. Let daarom goed op de spellingregels van de persoonsvorm en het voltooid deelwoord.
Hele werkwoord | Persoonsvorm tegenwoordige tijd (pv tt) | Voltooid deelwoord (vd) |
|---|---|---|
verhuizen | Karin verhuist morgen naar Almere. (stam + t) | Karin is naar Almere verhuisd. (langer maken: verhuisde) |
veranderen | Morgen verandert mijn vriendin haar kamer. (stam + t) | Mijn vriendin heeft haar kamer alweer veranderd. (langer maken: veranderde) |
geloven | Waarom gelooft de docent mijn verhaal niet? (stam + t) | Waarom heb jij hem geloofd? (langer maken: geloofde) |