Les over Lezen - Verbanden en signaalwoorden (1)
Tekstverbanden en signaalwoorden

Alles over verbanden en signaalwoorden in een tekst
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen wat een tekstverband en een signaalwoord zijn.
•Je kunt een opsomming in een tekst herkennen aan signaalwoorden en leestekens.
•Je kunt een tegenstelling in een tekst herkennen aan signaalwoorden.
Samenhang in een tekst
In teksten hebben zinnen en alinea's met elkaar te maken. Ze houden verband met elkaar; dit noemen we tekstverbanden. Aan een signaalwoord kun je zien met welk verband je te maken hebt. Deze woorden helpen je om een tekst beter te begrijpen. Er zijn verschillende soorten verbanden in een tekst.
Het opsommend verband
Bij een opsomming worden verschillende zaken achter elkaar genoemd. Je herkent een opsomming aan signaalwoorden zoals: ten eerste, ten tweede, om te beginnen, ook (nog), verder, ten slotte en en. Je kunt een opsomming daarnaast herkennen aan specifieke tekens of symbolen, zoals streepjes (-), dots (·), getallen (1, 2, 3) of een dubbele punt (:).
Voorbeeld van een opsomming
Voor een cake heb je nodig: bloem, boter, suiker, een ei en bakpoeder.
Het tegenstellend verband
Bij een tegenstelling worden twee zaken tegenover elkaar geplaatst. Je herkent een tegenstelling aan signaalwoorden zoals: tegenover, maar, hoewel, echter, toch en aan de ene kant ... aan de andere kant.
Voorbeeld van een tegenstelling
De oude achtbaan is niet heel mooi, maar hij gaat wel ontzettend hard.