Wat is een andere naam voor een positieve lens?
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen wat een lens is.
•Je kunt uitleggen wat het verschil is tussen positieve en negatieve lenzen.
•Je kunt uitleggen hoe het licht door een lens beweegt.
•Je kunt licht door een positieve lens tekenen met een brandpunt, voorwerp en beeld.
Wat zijn lenzen?
Lenzen zijn dunne schijfjes van glas of plastic waar licht doorheen breekt. Ze worden gebruikt in allerlei apparaten, zoals brillen, camera's, telescopen en microscopen. Er zijn verschillende soorten lenzen, die elk op een andere manier met licht omgaan. De twee belangrijkste soorten zijn positieve lenzen en negatieve lenzen.
Positieve lenzen: de bolle lenzen
Positieve lenzen worden ook wel bolle lenzen genoemd. Ze zijn in het midden dikker dan aan de randen, waardoor ze een bolle vorm hebben. Het bijzondere aan bolle lenzen is dat ze lichtstralen naar elkaar toe buigen. Dit noemen we convergeren. Als evenwijdige lichtstralen op een bolle lens vallen, komen ze na de lens allemaal samen in één punt. Dit punt heet het brandpunt (F).
Een bolle lens kan een reëel beeld vormen. Dit betekent dat je het beeld echt op een scherm kunt projecteren. Denk maar aan een beamer die een beeld op een muur projecteert; dat is een reëel beeld.

Negatieve lenzen: de holle lenzen
Negatieve lenzen staan ook bekend als holle lenzen. In tegenstelling tot bolle lenzen zijn holle lenzen in het midden dunner dan aan de randen, waardoor ze een holle vorm hebben. Holle lenzen buigen lichtstralen juist uit elkaar. Dit proces heet divergeren. Als evenwijdige lichtstralen op een holle lens vallen, spreiden ze zich na de lens uit.
Omdat holle lenzen het licht uit elkaar buigen, kunnen ze geen reëel beeld vormen. In plaats daarvan vormen ze een virtueel beeld. Een virtueel beeld kun je niet op een scherm projecteren; het lijkt alsof het beeld zich achter de lens bevindt, maar het is niet 'echt' daar.

Licht door een positieve lens tekenen
Het is belangrijk dat je zelf kunt tekenen hoe licht door een lens beweegt. Dit oefenen we alleen met positieve lenzen (bolle lenzen), omdat deze een reëel beeld vormen en de lichtstralen convergeren. Soms krijg je een tekening met een lens, een voorwerp en een brandpunt, en soms moet je zelf een tekening op schaal maken op basis van gegevens. Voor nu gaan we uit van een bestaande tekening.
We gebruiken de volgende symbolen:
•V: Het voorwerp, vaak weergegeven als een pijl.


