Leerdoelen
•Je kunt de verschillende soorten krachten die in de natuurkunde voorkomen benoemen en onderscheiden.
•Je kunt het verschil uitleggen tussen zwaartekracht, normaalkracht en gewicht.
•Je kunt de formules voor zwaartekracht, veerkracht, maximale schuifwrijvingskracht en luchtweerstandskracht toepassen in berekeningen.
•Je kunt de factoren benoemen die van invloed zijn op de veerkracht, schuifwrijvingskracht, rolweerstandskracht en luchtweerstandskracht.
•Je kunt de relatie tussen veerkracht en uitrekking in een grafiek interpreteren en de veerconstante bepalen.
•Je kunt uitleggen hoe de schuifwrijvingskracht varieert afhankelijk van de situatie (stilstand, op het punt van bewegen, beweging).
•Je kunt de relevantie van de verschillende weerstandskrachten in alledaagse situaties herkennen.
Zwaartekracht, normaalkracht en gewicht
Zwaartekracht
De zwaartekracht wordt uitgeoefend door de aarde op alle massa's die zich hier bevinden. Deze kracht grijpt aan in het massamiddelpunt (of zwaartepunt) van een voorwerp. Het massamiddelpunt is het denkbeeldige punt waar de totale massa van een voorwerp geconcentreerd lijkt te zijn. Je kunt dit punt bepalen met behulp van loodlijnen bij onregelmatige voorwerpen.

De formule voor zwaartekracht is:
Hierbij is:
•
•
•
Gewicht
Het gewicht is de kracht die een voorwerp uitoefent op een ondersteunend vlak of op de ondergrond. Denk aan een boek op tafel. De aarde trekt aan het boek met de zwaartekracht. Het boek oefent op zijn beurt een kracht uit op de tafel; dit is zijn gewicht. Het gewicht wordt soms aangeduid met
Normaalkracht
De normaalkracht

Op een schuine helling wordt de situatie anders. De zwaartekracht blijft recht naar het midden van de aarde gericht. Je kunt de zwaartekracht echter ontbinden in twee componenten: één component loodrecht op de helling en één component evenwijdig aan de helling.

Op een schuine helling is de normaalkracht niet meer gelijk aan de volledige zwaartekracht. De normaalkracht is dan even groot als de component van de zwaartekracht die loodrecht op de helling staat. Dit is logisch, want het vlak kan alleen een kracht uitoefenen die loodrecht op zichzelf staat. De normaalkracht en het gewicht (de kracht op de helling) grijpen op verschillende voorwerpen aan: de normaalkracht op het voorwerp, het gewicht op de ondergrond.
Veerkracht
De veerkracht
De formule voor veerkracht is:
Hierbij is:
•
•
•

De grafiek laat zien dat veerkracht en uitrekking recht evenredig zijn. Dit betekent dat als de uitrekking bijvoorbeeld twee keer zo groot wordt, de veerkracht ook twee keer zo groot wordt.
Als de uitrekking van de rode veer
Goed om te weten is dat de officiële wet van Hooke soms wordt weergegeven als
Weerstandskrachten
Weerstandskrachten werken altijd tegen de beweging in en zorgen ervoor dat voorwerpen afremmen of stil blijven liggen.
Schuifwrijvingskracht
De schuifwrijvingskracht
De formule voor de maximale schuifwrijvingskracht is:
Hierbij is:
•
•
•
Dit betekent dat de schuifwrijvingskracht afhankelijk is van de normaalkracht. Hoe zwaarder een voorwerp, hoe groter de normaalkracht en hoe groter de maximale schuifwrijvingskracht. Dit klinkt logisch: het is moeilijker om een zwaar voorwerp te verschuiven dan een licht voorwerp.

De schuifwrijvingskracht is altijd evenwijdig aan het vlak waarover iets probeert te schuiven. Deze kracht varieert van 0 Newton tot de maximale schuifwrijvingskracht.
•Voorwerp beweegt niet: Zolang de kracht die het voorwerp probeert te bewegen (bijvoorbeeld een duwkracht of de evenwijdige component van de zwaartekracht op een helling) kleiner is dan de maximale schuifwrijvingskracht, zal het voorwerp stil blijven liggen. De schuifwrijvingskracht is dan precies even groot als de bewegende kracht en heft deze op.
•Voorwerp staat op het punt te bewegen: Als de bewegende kracht precies gelijk is aan de maximale schuifwrijvingskracht, staat het voorwerp op het punt om te gaan bewegen, maar ligt het nog net stil.
•Voorwerp beweegt: Zodra de bewegende kracht groter wordt dan de maximale schuifwrijvingskracht, komt het voorwerp in beweging. De schuifwrijvingskracht blijft dan constant gelijk aan de maximale schuifwrijvingskracht, zolang het voorwerp schuift.
Rolweerstandskracht
De rolweerstandskracht is een weerstandskracht die optreedt wanneer voorwerpen rollen over een oppervlak. Deze kracht ontstaat door de kleine vervormingen van zowel het wiel als de ondergrond tijdens het rollen.
Enkele kenmerken van rolweerstand:
•De rolweerstandskracht is meestal kleiner dan de schuifwrijvingskracht. Daarom is rollen vaak makkelijker dan schuiven (denk aan een koffer op wieltjes!).
•De rolweerstandskracht neemt toe bij holle of zachte oppervlakken (bijvoorbeeld op zand).
•Een grotere kracht op het voorwerp (dus een grotere normaalkracht, bij een zwaarder voorwerp) leidt tot een hogere rolweerstand.
•De rolweerstandskracht is niet afhankelijk van de snelheid van het rollende voorwerp.
Luchtweerstandskracht
De luchtweerstandskracht
De formule voor luchtweerstandskracht is:
Hierbij is:
•
•
•
•
•
Opdracht
Zoek de luchtdichtheid
De luchtdichtheid bij normale omstandigheden is ongeveer
Je ziet dat de
Krachten bij voetbal
Welke krachten zijn er in het spel als een voetballer de bal schopt?
•Zwaartekracht: Deze werkt op de voetballer zelf en op de voetbal, beide richting het midden van de aarde.
•Gewichtskracht: De voetbal oefent een gewichtskracht uit op de ondergrond (het gras).
•Normaalkracht: Het gras oefent een normaalkracht uit op de voetbal, loodrecht omhoog.
•Spierkracht: De voetballer gebruikt spierkracht om de bal te schoppen.
•Rolweerstandskracht: Zodra de bal na de schop over het gras rolt, ondervindt deze rolweerstand.
•Luchtweerstandskracht: Als de bal met hoge snelheid door de lucht vliegt, wordt hij afgeremd door de luchtweerstand.




