Twee weerstanden zijn parallel geschakeld en verbonden met het stopcontact. De weerstanden bedragen130\operatorname{\Omega}130\operatorname{\mathrm{c}\Omega}130\operatorname{\mathrm{c}\Omega\mathrm{m}}130\operatorname{\mathrm{c}\Omega\mathrm{m}}\Omega130\operatorname{\mathrm{cm}}\Omega130\Omega130\operatorname{\mathrm{m}}\Omega130\operatorname{\mathrm{cm}}\Omega130c\Omegaen240\operatorname{\Omega}240\operatorname{\mathrm{c}\Omega}240\operatorname{\mathrm{c}\Omega\mathrm{m}}240\operatorname{\mathrm{cm}}240\operatorname{\mathrm{cm}}\Omega240c\Omega240\Omega240240\Omega240\Omega\ohm240\Omega240\Omega240\Omega240\Omega240\Omega. Wat is het totale vermogen van deze schakeling?
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen wat elektrisch vermogen P_{el}P_{e}P_{\placeholder{}} en elektrische energie E_{el}E_{e}E_{\placeholder{}}zijn.
•Je kunt rekenen met de bijgaande formules: P_{el}=U\cdot IP_{el}=UIP_{el}=U\times IP_{e}=U\times IP_{\placeholder{}}=U\times I, E=P_{el}\cdot tE=P_{el}tE=P_{el}\times tE=P_{e}\times tE=P_{\placeholder{}}\times t,\eta=\frac{E_{nut}}{E_{in}}=\frac{P_{nut}}{P_{in}}\eta=\frac{E_{nut}}{E_{in}}=
•Je kunt uitleggen wat de twee veelvoorkomende gevaren van elektrische stroom zijn.
•Je kunt uitleggen welke drie manieren er zijn om zuinig met elektrische energie om te gaan.
•Je kunt uitleggen wat je over huisinstallatie moet weten.
Elektrisch vermogen P
Elektrisch vermogen (P) is een belangrijke grootheid in de natuurkunde. Je kunt 'P' onthouden als 'Power'. De eenheid van vermogen is de watt (W). Elektrisch vermogen geeft aan hoeveel elektrische energie er per seconde door een elektrisch apparaat wordt omgezet. Dit geldt voor weerstanden, apparaten, spanningsbronnen en hele schakelingen.
Warmteontwikkeling
Bij weerstanden en apparaten ontstaat er ook vaak warmte. Dit noemen we warmteontwikkeling. De warmte die ontstaat, is een vorm van energie en hangt af van het elektrische vermogen en de tijd. We kunnen het warmtevermogen berekenen door formules te combineren.
De basisformule voor elektrisch vermogen is: P=U\cdot IP=UI waarin:
•P het vermogen is in watt (W)
•U de spanning is in volt (V)
•I de stroomsterkte is in ampère (A)
Als we de wet van Ohm (U=R\cdot IU=RI) hierin invullen, krijgen we een formule die het vermogen gerelateerd aan weerstand en stroomsterkte weergeeft: P=(R\cdot I)\cdot I=R\cdot I^2P=(R\cdot I)\cdot I=R\cdot IP=(R\cdot I)\cdot I=R\cdot I^P=(R\cdot I)\cdot I=R\cdot I^{2}P=(R\cdot I)\cdot I=RI^{2}P=(R\cdot I)\cdot I=R*I^{2}P=(R\cdot I)I=R*I^{2}P=(R\cdot I)*I=R*I^{2}P=(RI)*I=R*I^{2}
De warmte (Q) die ontstaat, is een vorm van energie en bereken je met de formule voor energie: E=P\cdot tE=P\cdotE=P\cdot TE=PT. Als we P=R\cdot I^2P=R\cdot IP=R\cdot I^P=R\cdot I^{2}P=RI^{2} hierin invullen, krijgen we: Q=P\cdot t=R\cdot I^2\cdot tQ=P\cdot=R\cdot I^2\cdot tQ=P\cdot T=R\cdot I^2\cdot tQ=P\cdot T=R\cdot I^2\cdotQ=P\cdot T=R\cdot I^2\cdot TQ=P\cdot T=R\cdot I^2TQ=P\cdot T=R\cdot I^2*TQ=P\cdot T=R\cdot I*TQ=P\cdot T=R\cdot I^*TQ=P\cdot T=R\cdot I^{2}*TQ=P\cdot T=RI^{2}*TQ=P\cdot T=R*I^{2}*TQ=PT=R*I^{2}*T waarin:
•Q de warmte is in joule (J)
•R de weerstand is in ohm (Ω)
•I de stroomsterkte is in ampère (A)
•t de tijd is in seconden (s)
Uit deze formule blijkt dat de warmte die ontstaat sterk afhangt van de stroomsterkte (I) die door een draad loopt, omdat I in het kwadraat staat. Om energieverlies door warmteontwikkeling te verminderen bij het transport van elektriciteit over grote afstanden (zoals van centrales naar huizen), gebruiken we hoogspanningskabels. Deze kabels transporteren elektriciteit met een zeer hoge spanning (U). Aangezien P=U\cdot IP=U\cdot\left(I\right)P=U\cdot\left(I\right)P=UI, kan de stroomsterkte (I) dan laag zijn voor hetzelfde vermogen. Een lagere stroomsterkte zorgt voor minder warmteontwikkeling (Q=R\cdot I^2\cdot TQ=R\cdot I^2TQ=R\cdot I^2*TQ=R\cdot I*TQ=R\cdot I^*TQ=R\cdot I^{2}*TQ=RI^{2}*T) en dus minder energieverlies tijdens het transport.
Elektrische energie E
Elektrische energie (E) is de energie die elektrische apparaten omzetten in andere energiesoorten. Denk hierbij aan:
•Warmte (bijvoorbeeld in een waterkoker of oven)
•Beweging, oftewel mechanische energie (bijvoorbeeld in een ventilator of wasmachine)
•Licht (bijvoorbeeld in een lamp)
•Geluid (bijvoorbeeld in een luidspreker, wat eigenlijk ook bewegingsenergie is van luchtmoleculen)
De basisformule voor elektrische energie is: E=P\cdot tE=P\cdotE=P\cdot TE=PT waarin:
•E de energie is in joule (J)
•P het vermogen is in watt (W)
•t de tijd is in seconden (s)
Aangezien P=U\cdot IP=UI, kunnen we deze formule ook schrijven als: E=U\cdot I\cdot tE=U\cdot I\cdotE=U\cdot I\cdot TE=UI\cdot TE=U*I\cdot TE=U*IT
Rendement
Elektrische apparaten zetten helaas nooit alle elektrische energie om in de gewenste (nuttige) vorm van energie. Een deel wordt altijd omgezet in warmte. Om aan te geven hoe efficiënt een apparaat werkt, gebruiken we het rendement (, de Griekse letter 'eta'). Het rendement is de verhouding tussen de nuttig gebruikte energie (E_{nuttig}E_{nuttig}uE_{nuttig}utE_{nuttig}uttE_{nuttig}uttiE_{nuttig}uttigE_{nutti}uttigE_{nutt}uttigE_{nut}uttigE_{nu}uttig) en de totale energie die erin gaat (E_{in}E_{i}):
Je kunt het rendement ook berekenen met vermogens: \eta=\frac{p_{_{nuttig}}}{p_{in}}\eta=\frac{p_{_{}}}{p_{in}}\eta=\frac{p_{_{\cap}}}{p_{in}}\eta=\frac{p_{_{}}}{p_{in}}\eta=\frac{p_{_{\nu}}}{p_{in}}\eta=\frac{p_{_{\nu t}}}{p_{in}}\eta=\frac{p_{_{\nu tt}}}{p_{in}}\eta=\frac{p_{_{\nu t}}}{p_{in}}\eta=\frac{p_{_{\nu}}}{p_{in}}\eta=\frac{p_{_{n}}}{p_{in}}\eta=\frac{p_{_{\placeholder{}}}}{p_{in}}\eta=\frac{p_{P_{\placeholder{}}}}{p_{in}}\eta=\frac{p_{\placeholder{}_{\placeholder{}}}}{p_{in}}\eta=\frac{p_{}}{p_{in}}\eta=\frac{p_{n}}{p_{in}}\eta=\frac{p_{nu}}{p_{in}}\eta=\frac{p_{nut}}{p_{in}}\eta=\frac{p_{nu}}{p_{in}}\eta=\frac{p_{nut}}{p_{in}}\eta=\frac{p_{nut\operatorname{tg}}}{p_{in}}\eta=\frac{p_{nutt}}{p_{in}}\eta=\frac{p_{nut}}{p_{in}}\eta=\frac{p_{nut}}{_{in}}\eta=\frac{p_{nut}}{E_{in}}\eta=\frac{_{nut}}{E_{in}}\eta=\frac{E_{nut}}{E_{in}}\eta=\frac{Ep_{nut}}{E_{in}}
Het rendement wordt vaak uitgedrukt in een percentage, door de uitkomst met 100% te vermenigvuldigen. Een rendement van 80% betekent bijvoorbeeld dat 80% van de ingevoerde energie nuttig wordt gebruikt.
Eenheden van elektrische energie
De standaardeenheid voor energie is de joule (J). Echter, bij elektrische energie, vooral in huis, gebruiken we vaak ook de eenheid kilowattuur (kWh) of megajoule (MJ).
Hoeveel megajoule is één kilowattuur? Laten we dit omrekenen: 1 kilowattuur (kWh) is het vermogen van 1 kilowatt (1000 W) gedurende 1 uur (3600 seconden). E=P\cdot tE=P\cdotE=P\cdot TE=PT E=1000W\cdot3600s=3.600.000JE=1000W3600s=3.600.000J Aangezien 1 megajoule (MJ) gelijk is aan 1.000.000 joule, is: 1 kWh = 3,6 MJ Het is handig om deze omrekenfactor te onthouden.
Rekenvoorbeelden
Wasmachine
Een wasmachine gebruikt gedurende dertig minuten een piekvermogen van 2400 watt. a. Bereken hoeveel megajoule deze wasmachine heeft verbruikt gedurende het half uur. Gegevens: P = 2400 W T = 30 minuten = 30\cdot603060 = 1800 seconden
Berekening: E=P\cdot tE=P\cdotE=PE=P* E=2400W\cdot1800s=4.320.000JE=2400W1800s=4.320.000J E = 4,32 MJ
b. Bereken ook hoeveel kilowattuur de machine heeft verbruikt. We kunnen de megajoules omrekenen naar kilowattuur, of direct rekenen met kilowatt en uur. Optie 1: Omrekenen E=\frac{4{,}32}{3{,}6}=1{,}2E=\frac{4{,}32}{3{,}6}=12E=\frac{4{,}32}{3{,}6}=1.2E=\frac{432}{3{,}6}=1.2E=\frac{4.32}{3{,}6}=1.2E=\frac{4.32}{3{,}}=1.2E=\frac{4.32}{3}=1.2E=\frac{4.32}{\placeholder{}}=1.2E=4.32=1.2E=4.32/=1.2E=4.32/3=1.2E=4.32/3.=1.2 kWh
Optie 2: Direct rekenen P = 2400 W = 2.4 kW T = 30 minuten = 0,5 uur E=P\cdot tE=P\cdotE=P\cdot TE=PT E=2{,}4\cdot0{,}5=1{,}2E=2{,}4\cdot0{,}5=12E=2{,}4\cdot0{,}5=1.2E=24\cdot0{,}5=1.2E=2.4\cdot0{,}5=1.2E=2.4\cdot05=1.2E=2.4\cdot0.5=1.2E=2.4\cdot(0.5=1.2E=2.4\cdot0.5=1.2E=2.40.5=1.2 kWh
Controle: 1,2 kWh \cdot 3,6 MJ/kWh = 4,32 MJ. De antwoorden komen overeen.
LED-lamp
Een LED-lamp met een vermogen van 8 watt geeft net zoveel licht als een gloeilamp met een vermogen van 40 watt. In de wintermaanden staat de lamp vijf uur per dag aan. Bereken hoeveel energie men per dag bespaart met de LED-lamp. Eerst berekenen we het verschil in vermogen: \Delta P=P_{gloeilamp}-P_{Led}\Delta P=P_{gloeilamp}-P_{Le}\Delta P=P_{gloeilamp}-P_{L}\Delta P=P_{gloeilamp}-P_{L}E\Delta P=P_{gloeilamp}-P_{L}ED\Delta P=P_{g}-P_{L}ED = 40 W - 8 W = 32 W
Vervolgens berekenen we de bespaarde energie per dag: T = 5 uur = 5\cdot360053600 = 18.000 seconden E_{bespaard}=\Delta P\cdot TE_{bespaard}=\Delta PTE_{bespaard}=\Delta P*TE_{bespaar}=\Delta P*TE_{bespaa}=\Delta P*TE_{bespa}=\Delta P*TE_{besp}=\Delta P*TE_{bes}=\Delta P*TE_{be}=\Delta P*TE_{b}=\Delta P*TE_{b}e=\Delta P*TE_{b}es=\Delta P*TE_{b}esp=\Delta P*TE_{b}espa=\Delta P*TE_{b}espaa=\Delta P*TE_{b}espaar=\Delta P*T E_{bespaard}=32W\cdot18.000s=576.000JE_{bespaar}=32W\cdot18.000s=576.000JE_{bespaa}=32W\cdot18.000s=576.000JE_{bespa}=32W\cdot18.000s=576.000JE_{besp}=32W\cdot18.000s=576.000JE_{bespr}=32W\cdot18.000s=576.000JE_{bespra}=32W\cdot18.000s=576.000JE_{bespraa}=32W\cdot18.000s=576.000JE_{bespraar}=32W\cdot18.000s=576.000JE_{bespraard}=32W\cdot18.000s=576.000JE_{bespraar}=32W\cdot18.000s=576.000JE_{bespraa}=32W\cdot18.000s=576.000JE_{bespra}=32W\cdot18.000s=576.000JE_{bespr}=32W\cdot18.000s=576.000JE_{besp}=32W\cdot18.000s=576.000JE_{bes}=32W\cdot18.000s=576.000JE_{be}=32W\cdot18.000s=576.000JE_{b}=32W\cdot18.000s=576.000JE_{b}e=32W\cdot18.000s=576.000JE_{b}es=32W\cdot18.000s=576.000JE_{b}esp=32W\cdot18.000s=576.000JE_{b}espa=32W\cdot18.000s=576.000JE_{b}espaa=32W\cdot18.000s=576.000JE_{b}espaar=32W\cdot18.000s=576.000JE_{b}espaard=32W\cdot18.000s=576.000JE_{b}espaard=32W18.000s=576.000J Dit kan ook geschreven worden als 5{,}8\cdot10^558\cdot10^55.8\cdot10^55.810^5J.
Magnetron
Een magnetron staat 3 minuten aan. De stroomsterkte door het apparaat is 4.2 ampère. Bereken hoeveel energie de magnetron heeft omgezet. Een magnetron sluit je aan op een stopcontact, dus we weten dat de spanning 230 V is. Gegevens: T = 3 minuten = 3\cdot60360 = 180 seconden I = 4,2 A U = 230 V
Eerst berekenen we het vermogen van de magnetron: P=U\cdot IP=UI P = 230 V * 4,2 A = 966 W
Vervolgens berekenen we de omgezette energie: E=P\cdot TE=PT E=966W\cdot180s=173.880E=966W180s=173.880 J Dit kan ook geschreven worden als 1{,}7\cdot10^517\cdot10^51.7\cdot10^51.710^5 J.
Waarvoor gebruik je elektriciteit in huis?
In huis gebruiken we elektriciteit voor diverse doeleinden, die we grofweg kunnen indelen in twee categorieën:
•Verlichting: Verschillende soorten lampen zoals gloeilampen, TL-buizen, spaarlampen en LED-lampen.
•Apparaten: Denk aan verwarmingselementen (bijvoorbeeld in een waterkoker of oven), elektromotoren (in een wasmachine, koelkast, stofzuiger) en je kilowattuurmeter.
Gevaren van elektrische stroom
Elektrische stroom is nuttig, maar kan ook gevaarlijk zijn. De twee veelvoorkomende gevaren in huis zijn kortsluiting en overbelasting. Een ander gevaar is een elektrische schok.
Kortsluiting
Kortsluiting ontstaat wanneer elektrische stroom geen weerstand ondervindt. Dit gebeurt als de stroom een directe weg vindt tussen de fase- en de nuldraad, zonder door een apparaat te gaan. De stroom kiest altijd de weg van de minste weerstand. Als er bijvoorbeeld een schakelaar parallel aan een lamp wordt gesloten, zal de stroom door de schakelaar lopen in plaats van door de lamp. Omdat de draden zelf nauwelijks weerstand hebben, wordt de stroomsterkte extreem hoog. Deze hoge stroomsterkte veroorzaakt veel warmte (Q=R\cdot I^2\cdot TQ=R\cdot I^2TQ=R\cdot I^2*TQ=R\cdot I*TQ=R\cdot I^*TQ=R\cdot I^{2}*TQ=RI^{2}*T), wat kan leiden tot brand.
Overbelasting
Overbelasting treedt op wanneer te veel elektrische apparaten op één groep of stopcontact zijn aangesloten, waardoor de totale stroomsterkte te hoog wordt. Als je bijvoorbeeld meerdere lampen of zware apparaten tegelijkertijd op dezelfde stroomkring aansluit, vraag je te veel energie van de spanningsbron. Dit kan ook leiden tot een te hoge stroomsterkte en daardoor tot oververhitting van de bedrading, met brand als gevolg. Overbelasting is vaak een combinatie van een hoge spanning, een lage weerstand (in het geval van kortsluiting), een grote stroomsterkte en een lange contacttijd van de spanning. Dit kan op verschillende plekken in de installatie ontstaan waar de stroom te hoog wordt.
Elektrische schok
Een elektrische schok krijg je wanneer je zelf deel wordt van de elektrische stroomkring. Dit gebeurt als je tegelijkertijd een fasedraad en de aarde (of een nuldraad) aanraakt, waardoor stroom door je lichaam vloeit. Dit kan levensgevaarlijk zijn.
Zuinig omgaan met elektrische energie
Zuinig omgaan met elektrische energie is belangrijk omdat de opwekking ervan vaak gepaard gaat met de uitstoot van broeikasgassen of andere nadelen voor de natuur. Hier zijn drie tips om zuinig met elektrische energie om te gaan:
1.Verminder sluipgebruik: Apparaten die op stand-by staan of opladers die in het stopcontact blijven zitten zonder dat een apparaat wordt opgeladen, verbruiken nog steeds energie. Haal opladers uit het stopcontact als je ze niet gebruikt en schakel apparaten helemaal uit in plaats van op stand-by.
2.Ga bewust om met je energie: Denk na voordat je energie verbruikt. Is het echt nodig om de droger aan te zetten, of kun je de was ook aan de lijn hangen? Kook je een hele liter water als je maar één kopje thee wilt drinken? Door bewuster keuzes te maken, kun je veel energie besparen.
3.Gebruik zuinige apparaten: Let bij de aanschaf van nieuwe apparaten op het energielabel. Deze labels geven aan hoe energiezuinig een apparaat is. Kies voor apparaten met een hoge energie-efficiëntie (bijvoorbeeld een A+++ label) om op de lange termijn energie en kosten te besparen.
De huisinstallatie
De huisinstallatie zorgt ervoor dat elektrische energie veilig en efficiënt door je huis wordt verdeeld.
Onderdelen en draden
De elektriciteit komt je huis binnen via de energiemeter (kilowattuurmeter), die bijhoudt hoeveel energie je verbruikt. Vervolgens gaat de stroom naar de groepenkast (ook wel meterkast genoemd), die de elektrische energie verdeelt over verschillende groepen in huis. Elke groep voorziet een specifiek deel van het huis (bijvoorbeeld de keuken of de slaapkamers) van stroom.
In de huisinstallatie vind je verschillende soorten draden, elk met een eigen functie:
•Bruine draad (fasedraad): Dit is de draad waar de wisselspanning van 230 volt op staat. Het aanraken van deze draad is gevaarlijk en kan leiden tot een elektrische schok.
•Blauwe draad (nul draad): Op deze draad staat geen spanning. De nuldraad zorgt ervoor dat de stroomkring gesloten is en de stroom terug kan vloeien naar de centrale.
•Zwarte draad (schakeldraad): Deze draad is vaak gekoppeld aan de bruine fasedraad en loopt van een schakelaar naar een lamp of ander apparaat. De schakeldraad maakt het mogelijk om de stroom naar een apparaat aan of uit te zetten.
•Geelgroene draad (aardleiding of randaarde): Dit is een belangrijke veiligheidsdraad die je vaak ziet in stopcontacten. De aardleiding zorgt ervoor dat bij een fout in een apparaat (bijvoorbeeld een defect waarbij de fasedraad het metalen omhulsel raakt) de stroom veilig via de aarde kan weglopen. Hierdoor komt er geen spanning op het apparaat te staan en voorkom je dat je een elektrische schok krijgt als je het aanraakt.
Op elke groep in je huisinstallatie staat een spanning van 230 volt. Elke groep kan maximaal een stroomsterkte van 16 ampère aan. Als de stroomsterkte hoger wordt dan 16 ampère (door overbelasting of kortsluiting), zal een zekering doorslaan. Hierdoor wordt de stroom naar die specifieke groep onderbroken, wat brand en schade aan apparaten voorkomt.
Aardlekschakelaar
De aardlekschakelaar is een essentieel veiligheidscomponent in de groepenkast. Deze schakelaar controleert of de hoeveelheid elektrische stroom die het huis ingaat (via de fasedraad) net zo groot is als de stroom die eruit gaat (via de nuldraad). Als er een verschil is, betekent dit dat er ergens stroom "lekt" (een lekstroom), bijvoorbeeld door een defect apparaat of een beschadigde draad. Dit kan gevaarlijk zijn.
Als het verschil tussen de stroomsterkte in de fasedraad en de nuldraad groter is dan 30 milliampère (0.03 A), schakelt de aardlekschakelaar onmiddellijk de stroom in je hele huis (of een deel daarvan) uit. Dit voorkomt elektrische schokken en brandgevaar door lekstroom.














